Uitspraak
1.De procedure
- de aktes van beide partijen.
3.Het geschil
alsmede de vrouw zal veroordelen in de proceskosten.
Rechtbank Gelderland
Partijen zijn in 2009 gehuwd en hebben een zoon. Na hun scheiding is de hoofdverblijfplaats van de zoon bij de vrouw vastgesteld en zijn de zorg- en opvoedingstaken gelijkelijk verdeeld. De man vordert betaling van de helft van de door de vrouw ontvangen kinderbijslag en het kindgebonden budget sinds april 2022. De vrouw betwist dit en stelt dat zij niet gehouden is tot betaling van de helft van het kindgebonden budget.
De man onderbouwt zijn vordering met een e-mail van de voormalige advocaat van de vrouw waarin instemming met de verdeling van kinderbijslag en kindgebonden budget blijkt. De kantonrechter oordeelt dat hierdoor een overeenkomst tot stand is gekomen conform artikel 6:217 lid 1 BW Pro. Het beroep van de vrouw op redelijkheid en billijkheid wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De kantonrechter bepaalt dat betaling van de kinderbijslag terstond verschuldigd is, terwijl betaling van het kindgebonden budget pas opeisbaar is na definitieve vaststelling door de Belastingdienst. De vrouw is veroordeeld tot betaling van € 430,71 plus wettelijke rente vanaf 1 juli 2024. Het verstekvonnis wordt vernietigd en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van € 430,71 plus wettelijke rente vanaf 1 juli 2024, het verstekvonnis wordt vernietigd en de proceskosten worden gecompenseerd.