Eisers ontvingen bijstand maar werden verdacht van betrokkenheid bij hennepkwekerijen. Het college trok de bijstand over september, november en december 2022 in en vorderde deze terug omdat eisers niet tijdig de gevraagde informatie verstrekten. Eisers betoogden dat het niet invullen van de vragenlijst een schending van de medewerkingsverplichting was, niet van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank oordeelde dat het niet verstrekken van schriftelijke inlichtingen via de vragenlijst een schending van de inlichtingenverplichting is, omdat deze informatie van invloed kan zijn op het recht op bijstand. Dit is niet vergelijkbaar met het niet verschijnen op een afspraak. Het beroep van eisers werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank bevestigde dat het college terecht het recht op bijstand over de genoemde maanden heeft ingetrokken en de verstrekte bedragen heeft teruggevorderd. Eisers krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. van Schagen en griffier N. ter Horst.