ECLI:NL:RBGEL:2025:4550
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Pensioenfonds niet aan te merken als gemeenschappelijk beleggingsfonds voor omzetbelasting
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of een pensioenfonds kan worden aangemerkt als een gemeenschappelijk beleggingsfonds in de zin van de omzetbelastingvrijstelling. De rechtbank heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat op 5 september 2024 een arrest heeft gewezen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het pensioenfonds wordt gefinancierd door de deelnemers, maar dat het bedrag van de pensioenrechten en -uitkeringen niet in de eerste plaats afhankelijk is van de beleggingsresultaten. Hoewel actuariële berekeningen aantonen dat beleggingsresultaten noodzakelijk zijn voor de financiering van de uitkeringen, bepaalt het pensioenreglement dat de pensioenrechten vooral gebaseerd zijn op arbeidsinkomen en dienstjaren, met toeslagen die slechts onder voorwaarden worden toegekend.
Daarnaast heeft de rechtbank beoordeeld of het pensioenfonds vergelijkbaar is met andere pensioenfondsen die als gemeenschappelijk beleggingsfonds zijn aangemerkt. Belanghebbende heeft onvoldoende concrete feiten gesteld om deze vergelijkbaarheid aannemelijk te maken. De rechtbank concludeert daarom dat het pensioenfonds niet als gemeenschappelijk beleggingsfonds kan worden aangemerkt en dat de omzetbelastingvrijstelling niet van toepassing is. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het pensioenfonds geen gemeenschappelijk beleggingsfonds is, waardoor de omzetbelasting terecht is voldaan.