Eiseres vroeg op 8 augustus 2023 een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een driezijdige reclamezuil. Het college weigerde de vergunning op 8 november 2023 vanwege negatieve adviezen van Rijkswaterstaat en strijd met redelijke eisen van welstand. Eiseres verzocht meerdere malen om wijziging van de aanvraag naar een tijdelijke vergunning van 15 jaar, wat het college niet meenam in haar beoordeling.
De rechtbank oordeelt dat deze wijziging van ondergeschikte aard is en dat het college deze had moeten meenemen bij de beoordeling. De wijziging leidt niet tot een wezenlijk ander bouwplan en een tijdelijke vergunning kent een ander toetsingskader waarbij geen welstandstoets vereist is. Hierdoor is de weigering onterecht.
De rechtbank vernietigt de beslissing op bezwaar en draagt het college op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres. De rechtbank wijst erop dat het college praktische voorschriften bij het verlenen van de vergunning moet opnemen.
Er is geen sprake van andere weigeringsgronden zoals strijd met de APV, aangezien handelsreclame zonder vergunning is toegestaan tenzij gevaar wordt veroorzaakt, en bij een tijdelijke vergunning mag gevaar niet worden betrokken bij de afweging.
De uitspraak benadrukt de noodzaak van zorgvuldige beoordeling van wijzigingsverzoeken van ondergeschikte aard en het belang van het volgen van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.