Uitspraak
200602133/1), is het college gerechtigd, en in bepaalde gevallen zelfs verplicht, om de indiener van een bouwaanvraag in de gelegenheid te stellen zijn aanvraag zodanig te wijzigen of aan te vullen dat geconstateerde beletselen voor het verlenen van een bouwvergunning worden weggenomen. Indien de wijziging van de oorspronkelijke aanvraag echter zodanig ingrijpend is dat redelijkerwijs niet meer van hetzelfde bouwplan kan worden gesproken, dient daarvoor een nieuwe bouwaanvraag te worden ingediend.
200900739/1/H1), onderscheidt een uit- of aanbouw zich van het hoofdgebouw waartoe hij behoort doordat hij uit architectonisch oogpunt herkenbaar is als een afzonderlijke en duidelijk ondergeschikte aanvulling op dat hoofdgebouw, waarmee hij functioneel is verbonden. Deze definitie is naar aard en strekking niet anders dan de door de rechtbank gehanteerde begripsomschrijving uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan. De rechtbank heeft in hetgeen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben aangevoerd terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de Wmo-unit niet als een aanbouw in de zin van het Bblb kan worden aangemerkt. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het bouwwerk blijkens de bouwtekening in architectonisch opzicht een afzonderlijke en duidelijk ondergeschikte aanvulling is op de woning van [vergunninghouder], waarmee het in directe open verbinding staat en, gezien de inrichting, functioneel is verbonden, zodat deze strekt tot vergroting van het woongenot. De rechtbank heeft mitsdien terecht geoordeeld dat het bouwplan een aanbouw behelst, waarvoor met een lichte bouwaanvraag kon worden volstaan. De zinsnede in de publicatie "Veelgestelde vragen Helpdesk Bouwregelgeving en Brandveilig gebruik" van de rijksoverheid, waarnaar [appellant sub 1] en [appellant sub 2] in hun hogerberoepschrift verwijzen, biedt geen steun aan hun betoog, aangezien deze geen betrekking heeft op een aanbouw, maar op een bijgebouw.