Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die huishoudtextiel verkoopt aan particulieren in de EU, heeft in de jaren 2018-2020 Nederlandse omzetbelasting voldaan terwijl de regeling voor afstandsverkopen had moeten worden toegepast. Na suppletieaangiften keerde de inspecteur de te veel betaalde omzetbelasting terug. Belanghebbende verzocht vervolgens om vergoeding van invorderingsrente over deze bedragen, maar de ontvanger wees dit af.
De rechtbank beoordeelde of de teruggegeven omzetbelasting als in strijd met het Unierecht geheven kon worden aangemerkt. Geconcludeerd werd dat dit niet het geval is omdat de fout enkel aan belanghebbende te wijten is, die de afstandsverkopenregeling niet toepaste. De rechtbank verwees naar het arrest van het HvJ EU in de zaak Dinkelland (22 februari 2024), waarin werd vastgesteld dat een btw-bedrag niet als onrechtmatig geheven geldt wanneer de belastingplichtige zijn rechten niet correct uitoefent.
De rechtbank verwierp de door belanghebbende aangehaalde jurisprudentie van rechtbank Zeeland-West-Brabant als niet vergelijkbaar. Het beroep werd ongegrond verklaard, de verzoeken om invorderingsrente afgewezen en het griffierecht niet teruggegeven. Er is geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op vergoeding van invorderingsrente wordt ongegrond verklaard en de verzoeken worden afgewezen.