Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal
).
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft twee procedures waarin eiser bezwaar maakt tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal. In zaak 23/7164 gaat het om de intrekking van een preventieve last onder dwangsom uit 2011, waarbij de rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. In zaak 24/273 is een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2:15 van Pro de Algemene plaatselijke verordening (APV) vanwege een haag die de doorgang en het zicht op een verkeersbord op een openbare weg belemmerde.
De rechtbank stelt vast dat het college bevoegd was om de last onder dwangsom op te leggen en dat de haag een gevaar en hinder voor het verkeer oplevert. De last tot snoeien van de haag wordt gezien als een herstelsanctie en geen punitieve maatregel. Het eigendomsrecht van eiser wordt niet geschonden omdat de beperking in het algemeen belang is en wettelijk is voorzien. Het beroep op Europese regelgeving faalt omdat deze niet van toepassing is op de besluitvorming.
Verder wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af omdat de besluiten niet onrechtmatig zijn. De rechtbank waarschuwt eiser voor kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht vanwege herhaalde en omvangrijke procedures over hetzelfde onderwerp, en benadrukt dat eiser concreet moet onderbouwen waarom eerdere uitspraken anders beoordeeld moeten worden. De beroepen worden ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De beroepen van eiser worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.