ECLI:NL:RBGEL:2025:5088
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering overnamevergoeding wegens niet-redelijkheid inleenovereenkomst
Flex@Work vordert betaling van een overnamevergoeding van [gedaagde] wegens het schenden van de overnamebepaling in een inleenovereenkomst met betrekking tot een uitzendkracht. De uitzendkracht was minder dan de overeengekomen 1.040 uur ter beschikking gesteld, waarna [gedaagde] zonder tussenkomst van [bedrijf] een arbeidsverhouding met hem zou zijn aangegaan. Flex@Work baseert haar vordering op artikel 20 lid 5 van Pro de algemene voorwaarden, dat een vergoeding van 35% van het opdrachtgeverstarief per uur maal de resterende overname-uren voorschrijft.
[gedaagde] betwist dat sprake is van een arbeidsverhouding en voert aan dat de vergoeding niet marktconform is en niet voldoet aan de redelijkheidseis van artikel 9a lid 2 Waadi. Zij onderbouwt dit met voorbeelden van lagere percentages bij andere uitzendbureaus en stelt dat de werkelijke wervingskosten veel lager zijn, mede vanwege de eenvoudige functie van de uitzendkracht.
De kantonrechter overweegt dat de vergoeding van 35% aan de hoge kant is en dat Flex@Work onvoldoende heeft onderbouwd dat deze vergoeding een redelijke vergoeding is, mede omdat zij geen inzicht heeft gegeven in de daadwerkelijke wervingskosten en geen bewijsaanbod heeft gedaan. Hierdoor wordt artikel 20 lid 5 van Pro de algemene voorwaarden als nietig beoordeeld. Omdat de vordering gebaseerd is op dit beding, wordt deze afgewezen. De vraag of er een arbeidsverhouding bestond blijft daarmee onbesproken.
Flex@Work wordt veroordeeld in de proceskosten van €947,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen op 27 juni 2025.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de overnamevergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van een redelijke vergoeding.