Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[derde-partij]uit [plaats], vergunninghouder
Rechtbank Gelderland
Eisers zijn huurders van de begane grond en buitenruimte van een pand waarin zij een bloemisterij exploiteren. De vergunninghouder vroeg en kreeg een omgevingsvergunning voor het splitsen van de bovenwoning in drie appartementen. Eisers voerden aan dat dit hun huurgenot van de buitenruimte vermindert en dat het college onvoldoende rekening hield met hun belangen.
De rechtbank stelt vast dat de vergunningverlening in overeenstemming is met het bestemmingsplan en facetplan en dat er geen weigeringsgronden zijn op grond van artikel 2.10 Wabo. Het belang van huurgenot valt niet onder deze limitatieve weigeringsgronden, zodat het college hier geen rekening hoefde te houden. Privaatrechtelijke belangen dienen door de burgerlijke rechter te worden beoordeeld.
Eisers voerden ook aan dat het college de proceskosten in bezwaar moest vergoeden omdat het primaire besluit werd aangevuld. De rechtbank oordeelt dat een verbetering van de motivering geen herroeping van het besluit inhoudt en dat vergoeding van kosten daarom niet aan de orde is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de beslissing op bezwaar en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af. Eisers krijgen het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de beslissing op bezwaar blijft in stand.