ECLI:NL:RBGEL:2025:5336
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning bijstand met terugwerkende kracht door college gemeente Harderwijk
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk om bijstand met terugwerkende kracht vanaf 31 december 2023 toe te kennen. Het college kende bijstand toe vanaf 22 januari 2024, de datum waarop eiser zich daadwerkelijk meldde. Eiser was het hier niet mee eens en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het college terecht heeft geweigerd bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen. Volgens artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet wordt bijstand toegekend vanaf de dag waarop het recht ontstaat, maar niet vóór de dag waarop de belanghebbende zich meldt. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.
Eiser stelde dat hij na terugkomst in Nederland op 31 december 2023 contact had geprobeerd te leggen met de burgemeester, maar dit niet gelukt was. Dit werd echter niet onderbouwd en er was geen bewijs dat hij eerder dan 22 januari 2024 een aanvraag had ingediend of actie had ondernomen die tot een aanvraag had moeten leiden. De rechtbank concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond die rechtvaardigen dat bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend.
Daarnaast wees de rechtbank verzoeken om uitstel en aanhouding af, omdat eiser te laat was met zijn verzoeken en geen concrete aanwijzingen bestonden dat hij met het college tot een oplossing zou komen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het college heeft terecht geweigerd bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen.