ECLI:NL:RBGEL:2025:5708

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
AWB- 25_3055
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:11 AwbArt. 8:83 AwbRichtlijn 92/43/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herhaald verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning doden wolf Nationaal Park de Hoge Veluwe

Verzoekster heeft een herhaald verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning die is verleend aan een vergunninghoudster voor het doden van een specifieke wolf in Nationaal Park de Hoge Veluwe. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek af omdat de belangen bij het niet treffen van een voorlopige voorziening zwaarder wegen dan die van verzoekster.

De vergunning werd verleend onder het zwaardere beschermingsregime van de wolf dat gold vóór een recente wijziging van de Habitatrichtlijn. Verzoekster stelt dat deze wijziging ertoe leidt dat de vergunningplicht voor het doden van de wolf is vervallen en dat de vergunning geen rechtsgevolg meer heeft. Het college betwist dit en wijst op de nog lopende regelgeving ter implementatie van de wijziging.

De voorzieningenrechter geeft geen voorlopig oordeel over de rechtmatigheid vanwege de juridische complexiteit en het onduidelijke toepasselijke rechtsregime bij de heroverweging in bezwaar. Uit de belangenafweging volgt dat het belang van het niet schorsen van de vergunning zwaarder weegt, mede omdat de vergunning onder het strengere regime is verleend en eerder voorlopig rechtmatig werd geoordeeld.

De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt niet in een bodemprocedure. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het doden van een specifieke wolf wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/3055

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats 1] , verzoekster

(gemachtigde: mr. B.N. Kloostra),
en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland, het college

(gemachtigden: mr. J.S. Kramer en mr. S.J. van Winzum).
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel:
[derde-partij 1]uit [plaats 2] , vergunninghoudster en;
[derde-partij 2]uit [plaats 3] , derde-partij (gemachtigde: mr. C.L. Hennink en mr. M.J.E. Boudesteijn).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het herhaald verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning voor het doden van één specifieke (probleem)wolf die zich op het Nationaal Park de Hoge Veluwe begeeft.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening af. Zij geeft geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel, maar volstaat met een belangenafweging. De belangen bij het niet treffen van een voorlopige voorziening wegen zwaarder dan de belangen van verzoekster bij het treffen daarvan. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
1.2.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. [1] Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Op 1 mei 2025 heeft vergunninghoudster bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd voor het doden van een specifieke wolf op het Nationaal Park de Hoge Veluwe . Bij besluit van 6 mei 2025 heeft het college de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verleend.
2.1.
Verzoeksters hebben bij het college bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Verzoekster heeft eerder hangende bezwaar een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Bij uitspraak van 16 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter dat verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. [2]
2.2.
Op 14 juli 2025 heeft verzoekster hangende bezwaar een herhaald verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Daarover gaat deze uitspraak.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Standpunten van partijen
3. Verzoekster stelt zich op het standpunt dat zich ná de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan. Zij wijst op een ingrijpende wijziging van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (de Habitatrichtlijn). Verzoekster stelt – kort samengevat – dat deze wijziging tot gevolg heeft dat de vergunningplicht voor het doden van de wolf naar nationaal recht is komen te vervallen. Zij verbindt daaraan de conclusie dat de verleende omgevingsvergunning geen rechtsgevolg meer heeft. Er is daarom volgens verzoekster alle aanleiding om het bestreden besluit te schorsen of om een oordeel te geven dat dit besluit geen rechtsgevolg meer heeft.
3.1.
Het college stelt zich – kort samengevat – op het standpunt dat de rechtsgrondslag of rechtskracht van de omgevingsvergunning niet is komen te vervallen. Daarnaast voert het college aan dat in de beslissing op bezwaar, gelet op artikel 7:11 van Pro de Awb, zal moeten worden getoetst aan het op dát moment geldende rechtsregime. De regering is reeds bezig met regelgeving ter implementatie van de wijziging van de Habitatrichtlijn.
Geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel, wel een belangenafweging
4. De voorzieningenrechter geeft in deze uitspraak geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel. In deze zaak liggen de rechtsvragen voor welke gevolgen de wijziging van de Habitatrichtlijn heeft voor het nationale recht en wat dit betekent voor de door het college te verrichten heroverweging in bezwaar (omdat onduidelijk is welk recht zal gelden ten tijde van deze heroverweging). De beantwoording van deze vragen leent zich vanwege de juridische complexiteit niet voor een beoordeling in een voorlopige voorzieningenprocedure. De voorzieningenrechter volstaat daarom met een belangenafweging.
4.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de belangen bij het niet treffen van een voorlopige voorziening in dit geval zwaarder wegen dan de belangen van verzoekster bij het treffen daarvan. De wijziging van de Habitatrichtlijn heeft tot gevolg dat het beschermingsregime van de wolf is verlaagd. De omgevingsvergunning voor afschot van de wolf is verleend onder het toen geldende zwaardere beschermingsregime, toen de wolf dus nog strikt beschermd was. De voorzieningenrechter heeft in de eerdere zaak de verleende vergunning getoetst aan alle voorwaarden die onder dit zwaardere beschermingsregime golden en voorlopig geoordeeld dat de bezwaren van (onder meer) verzoekster tegen de omgevingsvergunning geen redelijke kans van slagen hebben. Omdat enerzijds zij dus al geoordeeld heeft dat de omgevingsvergunning voor afschot van de betreffende wolf naar haar voorlopig oordeel rechtmatig is verleend en anderzijds het beschermingsregime van de wolf op het moment van dat oordeel juist zwaarder was, kent zij een groter belang toe aan het niet schorsen van de omgevingsvergunning dan het belang dat verzoekster heeft bij schorsing daarvan.

Conclusie en gevolgen

5. Omdat de belangenafweging in het nadeel van verzoekster uitvalt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Goldebeld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Rb. Gelderland (vz.) 16 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3843.