In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 29 juli 2025 uitspraak gedaan over de vermogensrechtelijke afwikkeling van een echtscheiding tussen een vrouw en een man, die in beperkte wettelijke gemeenschap van goederen waren gehuwd. De vrouw, vertegenwoordigd door advocaat mr. H.P. Scheer, en de man, vertegenwoordigd door advocaat mr. N.J. Hos, hebben beiden investeringen gedaan in een woning in Bulgarije. De vrouw stelt dat zij in totaal € 82.550 heeft geïnvesteerd, terwijl de man claimt dat hij € 15.836,46 heeft bijgedragen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw een bedrag van € 463,31 meer heeft geïnvesteerd dan de man. De rechtbank heeft de partijen opgedragen mee te werken aan de verkoop van de woning en heeft bepaald dat de vrouw bij vooruitneming uit de verkoopopbrengst een bedrag mag nemen, dat wordt berekend op basis van de verhouding van haar investering tot de totale waarde van de woning. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze moet worden nageleefd, ook als een van de partijen in hoger beroep gaat. De rechtbank heeft ook beslissingen genomen over inboedelgoederen en de toedeling daarvan.