Partijen zijn gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen en bezitten gezamenlijk een woning in Bulgarije. Er is onenigheid over de omvang van privé-investeringen in deze woning, mede doordat veel betalingen contant zijn gedaan.
De vrouw stelde dat zij ruim €82.000 heeft geïnvesteerd, waarvan zij €16.299,77 als privévermogen aannemelijk maakte. De man stelde een privé-investering van circa €15.836,46. De rechtbank accepteerde de investeringen van beide partijen, maar wees de verkoopopbrengsten van voertuigen van de man af wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank bepaalde dat de vrouw €463,31 meer privévermogen in de woning heeft geïnvesteerd dan de man. Op basis van de beleggingsleer mag zij dit bedrag bij verkoop van de woning als eerste ontvangen, waarna de rest van de opbrengst gelijk wordt verdeeld. Tevens werden afspraken over inboedel en digitale foto’s bevestigd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk.