Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
[verweerder] verzoekt de kantonrechter bij onvoorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek en/of nevenverzoek:
4.De beoordeling
5.De beslissing
7 augustus 2025in te trekken,
Rechtbank Gelderland
De werknemer is sinds 2001 in dienst bij de werkgever als Senior (Process) System Engineer. De werkgever heeft een reorganisatie doorgevoerd waarbij activiteiten worden verplaatst en arbeidsplaatsen vervallen. De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op bedrijfseconomische grond (a-grond) en subsidiair op grond van een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond).
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever voldoende heeft toegelicht waarom de reorganisatie noodzakelijk is, maar onvoldoende heeft onderbouwd dat de arbeidsplaats van de werknemer daadwerkelijk is komen te vervallen. Ook de toegepaste afspiegeling is onvoldoende toegelicht, waardoor het primaire verzoek wordt afgewezen. Het subsidiaire verzoek tot ontbinding wegens verstoorde arbeidsrelatie wordt eveneens afgewezen omdat onvoldoende is gebleken van een ernstig en duurzaam verstoorde relatie.
De werknemer verzoekt zelf ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671c BW, wat wordt toegewezen omdat de werkgever zich niet verzet. De kantonrechter wijst de gevraagde transitievergoeding en billijke vergoeding af, omdat geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever is vastgesteld. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 september 2025, met mogelijkheid voor de werknemer om het verzoek binnen 14 dagen in te trekken. De vergoeding van pensioenschade wordt aangehouden voor nadere onderbouwing.
Uitkomst: Ontbinding arbeidsovereenkomst werknemer toegewezen zonder vergoeding; verzoek werkgever afgewezen.