Verzoekster heeft schadevergoeding gevorderd wegens onrechtmatige opname in het kader van tijdelijke verplichte zorg, omdat de wijziging van de zorgmachtiging te laat werd ingediend. De rechtbank stelt vast dat de zorgverantwoordelijke de wettelijke termijn van drie dagen voor het indienen van het wijzigingsverzoek niet heeft nageleefd, waardoor de verplichte zorg vanaf 21 juni 2025 zonder geldige titel is voortgezet.
De rechtbank oordeelt dat het moment van de beslissing tot inzet van andere vormen van verplichte zorg bepalend is voor het starten van de termijn, en niet het moment van feitelijke opname. De late indiening van het verzoek tot wijziging van de zorgmachtiging leidt tot een termijnoverschrijding, maar niet tot het ontbreken van een juridische titel bij aanvang van de opname.
De rechtbank volgt de oriëntatiepunten van het LOVF en stelt de schadevergoeding vast op €10 per dag vanaf 21 juni tot en met 27 juni 2025, een totaalbedrag van €70. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open.