In deze zaak heeft de Rechtbank Gelderland op 30 juli 2025 uitspraak gedaan over de wijziging van kinderalimentatie na een echtscheiding. De vrouw, hierna te noemen, heeft verzocht om de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kinderen te verhogen van € 150 per kind per maand naar € 370 per kind per maand. De rechtbank heeft vastgesteld dat de oorspronkelijke afspraak over de alimentatie met grove miskenning van de wettelijke maatstaven is gemaakt. De man had een draagkracht van € 1.982 per maand, terwijl de vrouw een draagkracht had van € 2.092 per maand. De rechtbank heeft de behoefte van de kinderen vastgesteld op € 735 per kind per maand, maar de man had slechts € 150 per kind per maand afgesproken, wat niet in lijn was met de wettelijke normen. De rechtbank heeft de kinderalimentatie opnieuw vastgesteld op € 311 per kind per maand, met een verhoging naar € 331,22 per kind per maand per 1 januari 2025. De rechtbank heeft geoordeeld dat de man voldoende draagkracht heeft om aan deze verplichting te voldoen. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de alimentatie ook moet worden betaald als er hoger beroep wordt ingesteld. De proceskosten zijn voor ieder van de partijen zelf.