ECLI:NL:RBGEL:2025:6416

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
31 juli 2025
Publicatiedatum
5 augustus 2025
Zaaknummer
C\05\454505 KG RK 25-580
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuurszaak

De wrakingskamer van de rechtbank Gelderland heeft op 31 juli 2025 een wrakingsverzoek van verzoeker behandeld. Het verzoek betrof de wraking van mr. L.L. van Benthem, rechter in een bestuursrechtelijke bodemzaak tussen verzoeker en de heffingsambtenaar van de gemeente.

Het wrakingsverzoek werd ingediend op 16 juli 2025, nadat de rechter op 9 juli 2025 al een einduitspraak had gedaan in de bodemzaak. De wrakingskamer oordeelde dat de wet geen voorziening biedt voor wraking nadat een einduitspraak is gedaan, omdat het doel van wraking is te voorkomen dat een rechter nog langer bij de zaak betrokken is.

Daarom werd het verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. De wrakingskamer besloot de zaak zonder mondelinge behandeling af te doen, aangezien er geen reden was voor een zitting. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat dit na de einduitspraak in de bodemzaak is ingediend.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/454505 / KG RK 25-580
Beslissing van 31 juli 2025
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. L.L. van Benthem,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het wrakingsverzoek van 16 juli 2025, bij de griffie van de wrakingskamer ingekomen op 17 juli 2025.
1.2.
De wrakingskamer heeft besloten de zaak zonder mondelinge behandeling schriftelijk af te doen.

2.Het wrakingsverzoek

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer ARN 24/4223 WOZ 511 tussen verzoeker en de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] .

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
In de bodemzaak met nummer ARN 24/4223 WOZ 511 heeft de rechter op 9 juli 2025 einduitspraak gedaan. Deze uitspraak is op 10 juli 2025 op Mijn Rechtspraak geplaatst. Op 16 juli 2025 is een wrakingsverzoek gedaan door verzoeker. Dit verzoek is door de wrakingskamer op 17 juli 2025 ontvangen. Het verzoek tot wraking is dus pas ingediend toen al einduitspraak in de bodemzaak was gedaan.
3.3.
De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak heeft. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. Gelet op het voorgaande kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
3.4.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
4.1.
verklaart verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Peerdeman, voorzitter, mr. M.J.H. Schuurman en mr. S. Boot, leden in tegenwoordigheid van de griffier mr. [griffier] en in openbaar uitgesproken op 31 juli 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.