Uitspraak
[eiser 1] ;
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, het college
Waterschap Rijn en IJsseluit Doetinchem, het waterschap
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 21 juli 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eisers beroep instelden tegen een besluit van 22 juli 2024 en een wijzigingsbesluit van 10 juni 2025. Deze besluiten betroffen de verlening en verlenging van een ontheffing aan het waterschap Rijn en IJssel voor hydrologische maatregelen in het natuurgebied Hagenbeek, waarbij onder andere poelkikkers en waterspitsmuizen worden beschermd.
Eisers, natuurlijke personen en bedrijven uit de omgeving, voerden aan dat het besluit in strijd was met de Wet natuurbescherming (Wnb) en artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank beoordeelde het relativiteitsvereiste en concludeerde dat natuurlijke personen die meer dan 100 meter van het project wonen zich niet kunnen beroepen op de Wnb, omdat er geen verwevenheid is tussen hun belangen en het algemene natuurbeschermingsbelang. De dichtstbijzijnde eiser woont meer dan 300 meter van het project.
Voor de bedrijven oordeelde de rechtbank dat er geen relevante beïnvloeding van de bedrijfsvoering is aangetoond. De maatregelen laten voldoende ruimte voor de dieren en voorschriften zorgen voor verplaatsing naar geschikte leefgebieden. De vrees voor schade aan agrarische percelen is onvoldoende onderbouwd. Ook werd geoordeeld dat geen sprake is van een inbreuk op het privéleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet de besluiten in stand. Er is geen recht op vergoeding van proceskosten of griffierecht. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende ontheffing en de verlenging daarvan wordt ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.