In deze civiele procedure vordert EFA Special Insurances B.V. inzage in schadedossiers en correspondentie met betrekking tot een brand in het winkelpand en een inbraak in de woning van eiseres in de hoofdzaak. Eiseres stelt dat zij schade heeft geleden door een ontoereikende verzekering die EFA als tussenpersoon niet tijdig heeft afgesloten. EFA bestrijdt aansprakelijkheid en beroept zich onder meer op schending van de klachtplicht en betwist het causaal verband en de omvang van de schade.
De rechtbank beoordeelt het incident op grond van artikel 843a Rv, dat ondanks vervallen per 1 januari 2025 van toepassing blijft vanwege het overgangsrecht. EFA heeft een rechtmatig belang bij de gevorderde stukken, omdat deze relevant zijn voor haar verweer en onderbouwing van haar positie. De gevorderde stukken betreffen rapporten van schade-experts en correspondentie tussen eiseres en haar verzekeraar Ansvar.
De rechtbank oordeelt dat de gevorderde stukken voldoende bepaald zijn en dat geen sprake is van een fishing expedition. Eiseres wordt veroordeeld om binnen veertien dagen afschriften van de gevorderde stukken te verstrekken en een dwangsom van € 1.000 per dag wordt opgelegd bij niet-nakoming, met een maximum van € 100.000. De vordering tot het verstrekken van een schriftelijke verklaring voor toestemming aan Ansvar wordt afgewezen. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is afgerond.