ECLI:NL:HR:2002:AD9609
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing voorlopige voorzieningen inzake privacyonderzoek door verzekeraar
Eiser is in 1996 aangereden door een auto verzekerd bij Aegon, die aansprakelijkheid erkende en schadevoorschotten betaalde. Aegon voerde onderzoek uit naar de schade, waaronder observaties en video-opnamen van eiser zonder diens medeweten. Eiser vorderde in kort geding onder meer een verbod op verdere onderzoeken, afgifte van verzameld materiaal en vernietiging van kopieën, stellende dat hiermee zijn privacy werd geschonden.
De President van de Rechtbank en het Gerechtshof Amsterdam wezen deze vorderingen af. Het Hof oordeelde dat de vraag of Aegon onrechtmatig handelde en het materiaal als bewijs mag gebruiken, onderwerp is van de bodemprocedure. Het Hof vond onvoldoende aannemelijk dat Aegon onrechtmatig handelde en dat voorlopige voorzieningen niet op hun plaats waren.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof, wijst cassatieberoepen af en benadrukt dat de beoordeling van onrechtmatigheid en bewijsgebruik aan de bodemrechter toekomt. Ook is de Wet persoonsregistraties niet van toepassing op het beschikken over zelfstandig verkregen feitenmateriaal. De vordering tot inzage of afgifte van materiaal is niet toewijsbaar op grond van art. 843a Rv. of het equality of arms-beginsel. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van voorlopige voorzieningen inzake het privacyonderzoek door Aegon.