De zaak betreft het verzoek van het openbaar lichaam ODRN tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] wegens het niet nakomen van haar re-integratieverplichtingen. De werknemer werd verweten afspraken met de bedrijfsarts niet na te komen, niet passend werk te verrichten, en medewerking aan onderzoeken en mediation te weigeren.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer veelvuldig afspraken met de bedrijfsarts heeft verzet of niet is verschenen, ondanks redelijke verzoeken van de werkgever. Ook heeft zij niet voldaan aan haar re-integratieverplichtingen en medewerking aan een onderzoek geweigerd. Dit leidt tot verwijtbaar handelen, rechtvaardigend ontbinding op de e-grond.
Echter is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 oktober 2025 en de werknemer recht heeft op een transitievergoeding van € 10.075,13 bruto. Het verzoek van de werknemer tot billijke vergoeding wordt afgewezen. De proceskosten worden aan de werknemer opgelegd.
Het tegenverzoek van de werknemer tot betaling van loon over de periode van loonopschorting wordt afgewezen omdat de loonstop rechtsgeldig was opgelegd. De kantonrechter wijst verder alle overige verzoeken af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.