ECLI:NL:RBGEL:2025:6978
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.W.B. Heijmans
- W.P.C.G. Derksen
- A.L.M. Steinebach – de Wit
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gedoogplicht aanleg middenspanningsverbindingen in Gelderland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de aan eisers opgelegde plicht om de aanleg en instandhouding van twee ondergrondse middenspanningsverbindingen (20 kV) in de gemeenten Doetinchem en Bronckhorst te gedogen. Eisers betwisten deze gedoogplicht die de minister heeft opgelegd bij besluit van 4 april 2024, stellende dat er geen serieuze en redelijke poging is gedaan om tot minnelijke overeenstemming te komen.
De rechtbank stelt vast dat [derde-partij] sinds medio 2022 met eisers in gesprek is over de aanleg van de verbindingen en dat meerdere gesprekken, e-mailwisselingen en formele aanbiedingen hebben plaatsgevonden. Hoewel eisers een alternatieve zakelijk recht overeenkomst voorstelden, heeft [derde-partij] dit zorgvuldig beoordeeld en gemotiveerd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het gebruik van een standaard modelovereenkomst met ruimte voor maatwerk niet onredelijk is.
Verder behandelt de rechtbank de bezwaren van eisers over toekomstschade en commercieel medegebruik. Zij concludeert dat de bestaande voorwaarden van [derde-partij] voorzien in vergoeding van toekomstige schade en dat toezeggingen over niet-commercieel gebruik voldoende zijn gedaan, ook al zijn deze niet in de overeenkomst opgenomen.
De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister terecht heeft geoordeeld dat een serieuze en redelijke poging tot minnelijke overeenstemming is gedaan en verklaart het beroep ongegrond. Eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de gedoogplicht wordt ongegrond verklaard en de gedoogplicht blijft in stand.