ECLI:NL:RVS:2023:2381
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gedoogplicht aanleg 380 kV-hoogspanningsverbinding Noord-West wegens onvoldoende motivering
De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde op verzoek van TenneT TSO B.V. een gedoogplicht op aan verschillende rechthebbenden voor de aanleg en instandhouding van een 380 kV-hoogspanningsverbinding Noord-West tussen Eemshaven Oudeschip en Vierverlaten. Appellanten, rechthebbenden van de betrokken percelen, stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het onderzoek behandeld en het besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering na heropening van het onderzoek met aanvullende schriftelijke inlichtingen.
De Afdeling oordeelde dat de minister terecht aannam dat TenneT een serieuze en redelijke poging tot minnelijk overleg heeft gedaan, ondanks bezwaren over de hoogte van de schadevergoeding, de locatie van masten en mogelijke risico's voor appellanten. De mastposities waren reeds onherroepelijk vastgesteld in eerdere procedures over het rijksinpassingsplan en omgevingsvergunning. Ook werd geoordeeld dat de minister zich terecht op het standpunt stelde dat onteigening niet redelijkerwijs noodzakelijk is en dat de inmenging in het eigendomsrecht proportioneel is.
De Afdeling gaf een uitgebreide toelichting op de bevoegdheidsverdeling tussen het Gerechtshof en de bestuursrechter bij geschillen over gedoogbeschikkingen en besloot in het belang van rechtsbescherming een tijdelijke overgangsperiode toe te passen. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de gedoogplicht wordt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen.