In deze civiele zaak staat de opzegging van een aannemingsovereenkomst met een vaste aanneemsom centraal. De aannemer vordert de volledige aanneemsom minus de besparingen die zij als gevolg van de opzegging heeft gerealiseerd. De rechtbank heeft in een tussenvonnis vastgesteld dat de aannemer en de opdrachtgever een overeenkomst met vaste aanneemsom zijn aangegaan en dat de opdrachtgever deze heeft opgezegd voordat de werkzaamheden waren afgerond.
De rechtbank benadrukt dat de aannemer een verzwaarde mededelingsplicht heeft om concreet en onderbouwd inzicht te geven in de besparingen die zij heeft gerealiseerd. Dit betreft niet alleen bespaarde arbeids- en materiaalkosten, maar ook opbrengsten uit vrijgekomen capaciteit. De aannemer heeft echter onvoldoende en tegenstrijdige gegevens verstrekt over haar kosten en besparingen, waardoor de omvang van de vordering niet kan worden vastgesteld.
De rechtbank wijst erop dat de aannemer haar kostenposten niet consistent heeft toegelicht en dat onderliggende stukken ontbreken. Ook zijn de opgegeven arbeidskosten en uren niet te rijmen met eerdere verklaringen. Daarom krijgt de aannemer een laatste mogelijkheid om binnen een beperkte omvang van maximaal drie pagina's onderbouwde informatie te verstrekken, waarna de opdrachtgever kan reageren. De zaak wordt aangehouden totdat deze aanvullende stukken zijn ingediend en beoordeeld.