Eiser ontving bijstand als alleenstaande en bereikte in juni 2022 de pensioengerechtigde leeftijd, waarna het college de bijstand beëindigde. Het college vorderde vervolgens €866 terug aan kosten van bijstand over de periode 1 januari tot en met 31 mei 2022, gebaseerd op de (alleenstaande) ouderenkorting waarop eiser aanspraak had volgens de Participatiewet.
Eiser betwistte de hoogte van de terugvordering en stelde dat hij feitelijk slechts €1.546 aan belastingteruggave had ontvangen, wat zou leiden tot een lagere terugvordering. De rechtbank oordeelde dat fiscale heffingskortingen, zoals de ouderenkorting, ook als middelen moeten worden meegeteld als eiser er recht op heeft, ongeacht feitelijke ontvangst.
De rechtbank volgde de berekening van het college en wees erop dat de heffingskortingen het inkomen van eiser verhoogden doordat hij minder belasting hoefde te betalen. Het college mocht daarom het bedrag van €866 terugvorderen. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.