ECLI:NL:CRVB:2022:2207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- E.C.E. Marechal
- S.T.P.H. Palmen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks medische omstandigheden en late jaarrekeningen
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en voerde tekenwerkzaamheden uit. Het college schatte haar inkomsten en bracht deze in mindering op de bijstand. Na ontvangst van de jaarrekeningen over 2016-2018 herzag het college de bijstand en vorderde het teveel betaalde bedrag terug.
Appellante voerde aan dat zij niet op de hoogte was van haar verplichting tot tijdige jaarrekeningoverlegging en dat haar medische aandoeningen het voeren van een goede administratie bemoeilijkten. Zij stelde dat het college niet voortvarend had gehandeld en dat de terugvordering in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van haar discretionaire bevoegdheid tot terugvordering op grond van de Participatiewet. De belangenafweging was zorgvuldig en hield rekening met persoonlijke omstandigheden en het feit dat het college niet tijdig het definitieve recht had vastgesteld. Het evenredigheidsbeginsel werd niet geschonden.
De Raad benadrukte dat terugvordering noodzakelijk is voor de goede besteding van gemeenschapsgeld en dat appellante redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de gevolgen van late aanlevering van jaarrekeningen. De klachten over het contact met het college en onbehoorlijk gedrag deden niet af aan de rechtmatigheid van het besluit.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel ontvangen bijstand en wijst het hoger beroep af.