Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 10 september 2025
[belanghebbende], in [vestigingsplaats], belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, Backoffice BPM, de inspecteur,
Staat.
Inleiding
- namens belanghebbende de gemachtigde en [naam 1];
- namens de inspecteur [naam 2] en [naam 3];
- namens de Staat [naam 4].
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- Heeft de inspecteur de hoorplicht in bezwaar geschonden?
- Dient met herstelde schade rekening te worden gehouden?
- Is naheffing na het belastbare feit toegestaan?
- Is het Unierecht geschonden doordat voor geïmporteerde auto’s en auto’s op de binnenlandse markt op verschillende momenten belasting moet worden betaald?
- Heeft de inspecteur het verdedigingsbeginsel en/of het beginsel van equality of arms geschonden?
- Is de 31- of 72%-regeling in strijd met het Unierecht?
- Moet de rechtbank prejudiciële vragen stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie)?
- Is te veel belasting geheven als gevolg van de overgang van de NEDC- naar de WLTP-rekenmethode?
- Is de naheffingsaanslag aan de juiste persoon gericht?
- Moet er extra leeftijdskorting worden toegepast?
- Had de inspecteur meer koerslijsten moeten overleggen?
- Leidt de toepassing van de koerslijst van Eurotaxglass’s met correctie voor markt- en dealersituatie tot een lagere BPM?
- Heeft belanghebbende recht op een integrale proceskostenvergoeding?
- Heeft belanghebbende recht op restitutie van het griffierecht met rente?
- voor het motorrijtuig een aantekening in het kentekenregister is of wordt geplaatst dat een verbod voor het rijden op de weg is of wordt opgelegd;
- voor het motorrijtuig een aantekening in het kentekenregister is of wordt geplaatst dat het motorrijtuig voorgoed buiten gebruik is of wordt gesteld;
- dat blijkt uit de aangifte, het taxatierapport of op het moment dat het motorrijtuig wordt getoond overeenkomstig het achtste lid; of
- dat anderszins blijkt.”
- opmerkelijk is dat er geen gebruikte onderdelen beschikbaar zouden zijn;
- de gebruikte koerslijst is niet de best passende;
- er zijn zonder toelichting typische gebruiksschades gecalculeerd;
- op de foto’s is geen schade te zien;
- er is niet toegelicht waarom er 100% schadeaftrek is toegepast en ook niet waar de uiteindelijke waarde van € 3.250 op is gebaseerd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 2.557;
- vermindert de boete tot € 255;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 441 aan belanghebbende;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.059 aan belanghebbende;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten tot een bedrag van € 2.574,37;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten tot een bedrag van € 113,38;
- draagt de inspecteur op het betaalde griffierecht van € 365 aan belanghebbende te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag nadat vier weken zijn verstreken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, tot aan de dag van algehele voldoening.