ECLI:NL:RBGEL:2025:8037
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking milieuvergunningen varkenshouderij wegens onbenutte milieuruimte
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de intrekking van twee milieuvergunningen voor een varkenshouderij waarvan de stal in 2017 is afgebrand. De provincie Gelderland trok de vergunningen in omdat er meer dan zes jaar geen gebruik van was gemaakt en het nieuwe bestemmingsplan de intensieve veehouderij-functie had wegbestemd. De varkenshouderij stelde dat de intrekking onrechtmatig was en voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder misbruik van bevoegdheid en onevenredigheid.
De rechtbank oordeelt dat de provincie bevoegd was tot intrekking op grond van artikel 2.33 Wabo en dat er geen sprake was van misbruik van bevoegdheid. Overleg tussen bestuursorganen is toegestaan en de varkenshouderij heeft niet aannemelijk gemaakt dat er een gecoördineerde actie was om haar tegen te werken. De provincie heeft de belangen zorgvuldig afgewogen, waarbij zij rekening hield met het feit dat de vergunningen niet binnen korte termijn benut zullen worden.
Verder is geoordeeld dat de intrekking niet onevenredig is. De maatregel is geschikt en noodzakelijk om het doel te bereiken, namelijk het tegengaan van onbenutte milieuruimte en het beschermen van het milieu. De provincie mocht daarbij het algemene belang zwaarder laten wegen dan het individuele belang van de varkenshouderij. De lopende procedures verhinderen niet dat de provincie tot intrekking overgaat. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de intrekking blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van de varkenshouderij tegen de intrekking van de milieuvergunningen wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft in stand.