ECLI:NL:RVS:2022:1892
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- B.J. Schueler
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking omgevingsvergunning wegens niet-gebruik gedurende drie jaar
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft op 22 mei 2020 de omgevingsvergunning voor milieuactiviteiten van appellant ingetrokken wegens het niet gebruiken van de vergunning gedurende drie jaar. Appellant voerde aan dat het college onvoldoende had onderbouwd dat er geen handelingen waren verricht en dat het intrekkingsbesluit onevenredig was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat het controlerapport niet zelfstandig voldoende is, maar dat het college ook andere omstandigheden heeft aangevoerd, zoals het ontbreken van meldingen bij het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen. Appellant kon niet aannemelijk maken dat zij wel gebruik heeft gemaakt van de vergunning, ondanks het overleggen van luchtfoto’s en het ontbreken van een jaaroverzicht. Het college heeft de bevoegdheid tot intrekking terecht uitgeoefend en het besluit is evenredig.
Daarnaast is het belang van appellant bij het behoud van de vergunning onvoldoende om het milieubelang te verdringen, mede vanwege een non-concurrentiebeding dat het gebruik van de vergunning feitelijk verhinderde. Ook is geen schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol vastgesteld, omdat er een fair balance is gewaarborgd tussen het algemeen belang en de individuele belangen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de omgevingsvergunning wegens drie jaar niet-gebruik.