ECLI:NL:RBGEL:2025:9166

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
ARN 25/210
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen besluit inzake openbaarmaking documenten op grond van de Wet open overheid

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, enkelvoudige kamer, wordt het beroep van eiser tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Lochem behandeld. Eiser heeft verzocht om openbaarmaking van documenten op basis van de Wet open overheid (Woo) en is het niet eens met de besluitvorming van het college. De rechtbank beoordeelt de beroepsgronden van eiser en komt tot de conclusie dat het bestreden besluit bevoegd is genomen en dat de zoekslag van het college voldoende inzichtelijk is gemaakt. Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten aangedragen die zouden wijzen op het bestaan van meer documenten. De rechtbank oordeelt dat het college de zoekslag zorgvuldig heeft uitgevoerd en dat het advies van de bezwaarschriftencommissie op een onafhankelijke en onpartijdige wijze tot stand is gekomen. Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/210

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Lochem

(gemachtigden: E. Nijhuis en B.P.M. Vogelzang).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een verzoek van eiser tot openbaarmaking van een aantal documenten op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser is het niet eens met de besluitvorming op dit verzoek. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de openbaarmaking van documenten.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit op bezwaar tegen het besluit op het Woo-verzoek bevoegd is genomen en onafhankelijk tot stand is gekomen, en dat de zoekslag van het college volledig is geweest. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 5 februari 2024 heeft eiser het college verzocht om openbaarmaking van alle informatie die heeft geleid tot het verlenen van een aantal omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan Bosweg 2009 en het beeldkwaliteitsplan. Bij besluit van 6 juni 2024 op dit verzoek heeft het college elf documenten openbaar gemaakt. In de openbaar gemaakte documenten is een deel van de persoonsgegevens niet openbaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 5 december 2024 heeft het college het bezwaar van eiser gegrond verklaard en nog 28 documenten openbaar gemaakt. Ook in deze documenten is een deel van de persoonsgegevens niet openbaar gemaakt.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 14 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Is het bestreden besluit bevoegd genomen?
3. Eiser betoogt dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen. Omdat het Woo-verzoek over een politiek-bestuurlijke aangelegenheid gaat, had het door het college zelf afgehandeld moeten worden. Het Woo-verzoek had niet mogen worden afgedaan door de afdeling Ruimte.
3.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit artikel 10:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat een door een gemandateerde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid genomen besluit geldt als een besluit van de mandaatgever. Op grond van punt 42 van de tabel ‘Algemeen mandaat aan alle afdelingshoofden’ van het Algemeen mandaatbesluit van de gemeente Lochem (Mandaatbesluit), zoals dat gold ten tijde van het bestreden besluit, zijn afdelingshoofden bevoegd om op bezwaarschriften te beslissen. Omdat het afdelingshoofd Ruimte (de gemandateerde) binnen de grenzen van zijn bevoegdheid is gebleven, geldt het besluit als besluit van het college (de mandaatgever). Dat het college niet langer de meerderheid heeft binnen het gemeentebestuur maakt niet dat het college het Mandaatbesluit niet meer mocht handhaven. Het bestreden besluit is dus bevoegd genomen.
Is de zoekslag volledig geweest?
4. Eiser betoogt dat niet alle gevraagde informatie openbaar is gemaakt. Er ontbreekt een onderbouwd en gemotiveerd besluit waaruit volgt dat het college mag afwijken van de raadsbesluiten van december 2009 en 13 april 2015. Als deze stukken niet bestaan, heeft het college onrechtmatig vergunningen verleend.
4.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat de Woo niet is bedoeld voor verzoeken om antwoorden, uitleg, verklaringen of standpunten, ook niet als de reacties nodig zijn voor het achterhalen van de waarheid. [1]
4.2.
Als een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat een document toch onder het bestuursorgaan berust. Bij de beoordeling of een stelling van een bestuursorgaan niet ongeloofwaardig voorkomt, wordt betrokken op welke wijze het onderzoek is uitgevoerd. Dit volgt uit vaste rechtspraak. [2] Een bestuursorgaan moet voldoende inzichtelijk maken hoe het de zoekslag heeft verricht. Die zoekslag moet zorgvuldig zijn. Het voldoende inzichtelijk maken van de zoekslag kan het bestuursorgaan bewerkstelligen door bijvoorbeeld specifiek te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in die systemen, welke specifieke vragen de volgens het bestuursorgaan relevante personen hebben meegekregen en welke schifting in de door die personen aangedragen documenten vervolgens is gemaakt. [3]
4.2.1.
Het college heeft de zoekslag naar aanleiding van dit Woo-verzoek voldoende inzichtelijk gemaakt. Uit het bestreden besluit volgt hoe het Woo-verzoek is geïnterpreteerd en hoe er is gezocht. Het college heeft op de zitting nader toegelicht in welke zaaksystemen op welke zoektermen en zoektermcombinaties is gezocht en welke vragen aan de betrokken medewerkers zijn gesteld. Ook heeft het college toegelicht dat er in de bezwaarfase een overleg heeft plaatsgevonden tussen de gemachtigde van het college en eiser waarbij het procesverloop en de gevonden stukken zijn besproken.
4.3.
Het is vervolgens aan eiser om aannemelijk te maken dat er meer documenten bij het college zijn. Op de zitting heeft het college toegelicht dat er niet meer informatie bestaat omdat dit niet is aangetroffen na grondige doorzoeking in de systemen. De rechtbank komt deze mededeling niet ongeloofwaardig voor. Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten gegeven waarom er meer documenten zouden moeten zijn. Eiser is er daarom niet in geslaagd aannemelijk te maken dat er meer documenten bij het college zijn.
Is het advies van de bezwaarschriftencommissie onafhankelijk en onpartijdig tot stand gekomen?
5. Eiser betoogt dat de totstandkoming van het advies van de bezwaarschriftenadviescommissie onzorgvuldig is. In eerste instantie heeft de bezwaarschriftenadviescommissie geadviseerd het bezwaar van eiser ongegrond te verklaren, later heeft de bezwaarschriftencommissie dit hersteld en geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren.
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Het college heeft toegelicht dat in het eerste advies als gevolg van een verschrijving per abuis was opgenomen dat het bezwaar van eiser ongegrond was. Gelet op de aanvullende zoekslag moest het bezwaar gegrond worden verklaard. Voor het overige is het advies ongewijzigd gebleven. Deze wijziging is in het voordeel van eiser geweest. Het is niet gebleken dat het advies niet op onafhankelijke of onpartijdige wijze tot stand is gekomen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.ABRvS 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3750, ro. 8.
2.ABRvS 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1296, ro. 5.2 en 5.3.
3.ABRvS 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:367, ro. 5.1.