In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, gedateerd 13 november 2025, wordt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een woonurgentieverklaring ongegrond verklaard. Eiser had op 22 maart 2024 een aanvraag ingediend, die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wageningen op 8 juni 2024 werd afgewezen. Het college bleef bij deze afwijzing na het indienen van bezwaar door eiser. De rechtbank beoordeelt de beroepsgronden van eiser en concludeert dat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor de woonurgentieverklaring zoals vastgelegd in de Huisvestingsverordening. Eiser betoogt dat er sprake is van een acute woonnoodsituatie, maar de rechtbank oordeelt dat de situatie van eiser niet uitzonderlijk genoeg is om de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank stelt vast dat de voorwaarden voor een urgentieverklaring streng zijn, gezien de schaarste aan sociale huurwoningen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukt dat de urgentieregeling bedoeld is voor huisvestingsproblemen en niet voor gezinsproblematiek. De uitspraak heeft als gevolg dat de afwijzing van de urgentieverklaring in stand blijft, en eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.