Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2025:9774

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
ARN 24/2669
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogenArt. 7:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling juistheid vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid door UWV

Eiseres betwist de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. Na een val met de fiets in 2019 is zij ziekgemeld en heeft het UWV haar een loongerelateerde uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 42,20%, later verhoogd naar 45,25% na bezwaar.

De rechtbank beoordeelt het medisch onderzoek, waaronder rapportages van verzekeringsartsen en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), en concludeert dat het onderzoek zorgvuldig is verricht. Eiseres stelde dat de verzekeringsarts onvoldoende objectief was en dat bepaalde medische informatie niet werd meegewogen, maar de rechtbank vindt dat alle klachten en medische gegevens adequaat zijn betrokken.

Eiseres voert aan dat zij meer beperkt is dan vastgesteld, met name vanwege concentratieproblemen en cognitieve stoornissen, maar de rechtbank stelt vast dat er geen overtuigend medisch bewijs is voor extra beperkingen. De arbeidsdeskundige rapportages bevestigen dat eiseres geschikt is voor diverse functies binnen haar belastbaarheid.

De rechtbank concludeert dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid juist heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid door het UWV wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/2669

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigden: T.I. Gerritsen en G.E. Sarton).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het niet eens met de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid juist heeft vastgesteld.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres juist heeft vastgesteld. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het primaire besluit van 16 oktober 2023 heeft het UWV aan eiseres met ingang van 14 juni 2022 een loongerelateerde uitkering (lgu) toegekend op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 42,20%.
2.1.
Met het bestreden besluit van 18 maart 2024 heeft het UWV het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45,25%.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigden van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres is vanaf 1 juli 2018 werkzaam geweest als medewerker welzijn bij [naam bedrijf] B.V. voor gemiddeld 27,82 uur per week. Op 29 juli 2019 heeft zij zich ziekgemeld na een val met een fiets.
3.1.
Met het besluit van 14 juli 2021 heeft het UWV eiseres meegedeeld dat de behandeling van haar WIA-aanvraag wordt uitgesteld. Volgens het UWV is de werkgever niet alle verplichtingen voor haar re-integratie nagekomen. Daarom heeft het UWV de periode waarin zij tijdens ziekte recht heeft op loon verlengd tot 25 juli 2022. Met de besluiten van 15 december 2021 heeft het UWV de bezwaren van zowel eiseres als de werkgever tegen dit besluit ongegrond verklaard.
3.2.
Met het besluit van 1 juli 2022 heeft het UWV aan eiseres met ingang van 14 juni 2022 een voorschot op haar WIA-uitkering toegekend.
3.3.
Het UWV is hierna overgegaan tot de besluitvorming als vermeld onder het kopje “Procesverloop”.
3.4.
Het medisch onderzoek van het UWV is vastgelegd in de rapporten van de verzekeringsarts L. Hubens van 17 augustus 2023 en de arts F.A.E. Jacobs (getoetst en akkoord bevonden door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (va b&b) F.G. Slebus) van 7 maart 2024. De voor eiseres vastgestelde medische belastbaarheid is verwoord in de zogenoemde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 7 maart 2024.
Zorgvuldigheid
4. Volgens eiseres was de verzekeringsarts Hubens onvoldoende objectief tijdens het spreekuur. Het rapport van de verzekeringsarts is pas twee maanden na het spreekuur opgesteld, zonder schriftelijke notities of opnames van het gesprek. Om die reden heeft eiseres vragen bij de betrouwbaarheid van de verslaglegging en de herinnering van de verzekeringsarts aan het gesprek. Hiernaast bevat het rapport allerlei subjectieve aannames, onder andere ten aanzien van het niet-voltooide neuropsychologisch onderzoek (NPO).
In bezwaar heeft een gesprek plaatsgevonden met de arts Jacobs en de va b&b Slebus. Opmerkelijk is dat Jacobs op dat moment nog geen bevoegd verzekeringsarts was, terwijl het UWV zelf aangeeft dat beoordelingen in bezwaar uitsluitend door een va b&b mogen worden uitgevoerd. Toch heeft Jacobs het hele gesprek gevoerd.
Ten slotte zijn in de heroverweging rapporten van verschillende behandelend professionals genegeerd, waaronder die van de huisarts Nobacht, C. Peters van Breinperspectief, de psychotherapeut B.J.L. Gerrits en de bedrijfsarts B. Barendsen.
4.1.
Uit de medische rapportages blijkt dat alle naar voren gebrachte klachten, te weten commotio cerebri, postcommotioneel syndroom, fibromyalgie, Hernia Nuclei Pulposi (HNP) en verdenking op overige somatoforme stoornis op een deugdelijke en kenbare wijze zijn betrokken bij de medische beoordeling. Dat geldt ook voor de eigen bevindingen van de (verzekerings)artsen uit psychisch en lichamelijk onderzoek en voor de in het dossier aanwezige informatie van de behandelende sector. Er is niet gebleken dat de verzekeringsartsen aspecten van de gezondheidstoestand van eiseres hebben gemist.
Eiseres heeft tijdens de zitting gesteld dat de aanwezige informatie uitgebreider had moeten worden betrokken, maar het is onduidelijk waar dat volgens haar dan toe zou hebben geleid. De door eiseres specifiek opgeworpen omstandigheid dat de verzekeringsarts Hubens pas twee maanden na het spreekuur van 14 juni 2023 een rapport heeft opgemaakt, maakt niet dat de rapportage onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het enkele feit dat er zoveel tijd overheen is gegaan of dat er geen notities of opnames van het gesprek zouden zijn gemaakt, betekent ook niet dat het oordeel van de verzekeringsarts onjuist is. Eiseres heeft ook niet aangegeven wat er niet zou kloppen of wat er zou ontbreken in de rapportages.
Wat betreft de door eiseres gestelde subjectieve aannames van de verzekeringsarts wil de rechtbank benadrukken dat dit aannames zijn die de verzekeringsarts doet op basis van zijn professionele deskundigheid. Deze zijn dus niet subjectief. Ten slotte stelt de rechtbank vast dat het rapport in bezwaar van de arts Jacobs is getoetst en akkoord bevonden door de va b&b Slebus.
De medische beoordeling van de belastbaarheid van eiseres heeft niet plaatsgevonden op basis van het spreekuur alleen. Het is ook gebaseerd op alle overgelegde medische informatie en de professionele kennis van de verzekeringsartsen.
Uit de gronden en uit wat eiseres heeft gezegd tijdens de zitting, leidt de rechtbank af dat eiseres met name denkt dat het onderzoek niet zorgvuldig is geweest omdat de beoordeling volgens haar anders had moeten uitpakken. Maar dat is een andere kwestie. Hieronder zal de rechtbank beoordelen of er meer beperkingen aangenomen hadden moeten worden.
Anders dan eiseres is de rechtbank daarom van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht.
Beperkingen
5. Eiseres stelt – samengevat – dat zij meer beperkt is dan door de verzekeringsartsen van het UWV is aangenomen. Volgens eiseres is zij niet in staat te werken. Zij heeft moeite om in haar eigen omgeving overeind te blijven en leunt bij activiteiten op de mensen om haar heen. De verzekeringsarts Hubens heeft vastgesteld dat er sprake is van forse concentratieproblemen (maximaal één uur) als gevolg van postcommotioneel syndroom. Desondanks is hiervoor geen beperking aangenomen in de FML omdat er geen “primaire schade” is aangetoond. Volgens eiseres is dit inconsequent aangezien de beperking enerzijds wordt erkend, maar anderzijds wordt genegeerd in de formele beoordeling.
Op dit moment is er geen bruikbaar onderzoek waarin haar beperkingen zijn vastgesteld. Er is bijvoorbeeld geen goed NPO beschikbaar. Ten onrechte zijn de verzekeringsartsen er van uit gegaan dat het ontbreken van afwijkingen in aanvullend onderzoek automatisch betekent dat er geen beperkingen zijn.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de medische belastbaarheid van eiseres op de datum in geding in de rapporten op inhoudelijk overtuigende wijze is gemotiveerd. Het beroep van eiseres geeft geen aanleiding om aan de juistheid daarvan te twijfelen.
Eiseres heeft wel aangekondigd dat zij medische informatie in zou brengen maar heeft dat niet meer gedaan.
Eiseres stelt dat er sprake is van cognitieve stoornissen. Op basis van de beschikbare medische gegevens waren er echter geen aanwijzingen voor cognitieve stoornissen. Eiseres kon zich tijdens het gesprek van een uur goed concentreren en haar aandacht wisselend richten op de vraagsteller, al oogde ze volgens de va b&b na een uur wel wat vermoeid. Er is ook geen NPO waaruit die blijken; eiseres heeft wel een NPO gedaan maar die geeft geen duidelijkheid vanwege het niet behalen van de validiteitsnorm. Dat laatste is geen subjectieve of negatieve kwalificatie van de va b&b maar een feitelijke constatering die volgt uit de rapportage van het NPO.
Wat betreft de klachten van snelle overprikkeling heeft de va b&b overwogen dat bij een postcommotioneel syndroom niet wordt geadviseerd om alle prikkels te vermijden, maar juist gedoseerd activiteiten te ondernemen zonder overbelasting. De rechtbank stelt vast dat de va b&b vanwege de snelle overprikkeling in de FML van 7 maart 2024 ook beperkingen heeft aangenomen. Zo is eiseres in haar persoonlijk functioneren aangewezen op werk waarin relatief zachte auditieve en visuele prikkels wél mogelijk zijn, maar hard lawaai of flikkeringen niet. Ook is eiseres beperkt voor geluidsbelasting, waarbij zij incidenteel kan worden blootgesteld aan lawaai (> 80 dB(A)). Mensenmassa’s zijn niet gewenst, maar achtergrondgeluid is wel mogelijk.
De rechtbank stelt vast dat er alleen een beperking is aangenomen voor het werken in de nacht en dat eiseres is aangewezen op regelmatige werktijden; er is geen urenbeperking aangenomen. De va b&b motiveert in zijn rapport van 7 maart 2024 echter waarom er geen aanleiding is voor het aannemen van een urenbeperking mits er sprake is van passende arbeid [1] . Volgens de va b&b is het postcommotioneel syndroom (na hoofdletsel zonder trauma-gerelateerde afwijkingen op de MRI) geen aandoening die een
stoornis in de energiehuishouding aannemelijk maakt. Ook bestaat er geen verhoogde recuperatienoodzaak gelet op de andere aandoeningen waar eiseres mee bekend is en de daaruit volgende beperkingen, aldus de va b&b. De rechtbank begrijpt dat eiseres dit anders ervaart, ervaren klachten zijn echter onvoldoende om beperkingen aan te nemen. [2] Er is geen medische informatie beschikbaar die reden geeft om te twijfelen aan het oordeel van de va b&b. In dit verband wordt benadrukt dat bij de beoordeling alle informatie is betrokken die eiseres heeft overgelegd, ook de brief van de psychotherapeut B.J.L. Gerrits van 15 november 2023.
Tot slot merkt de rechtbank op dat de verzekeringsartsen voldoende hebben gemotiveerd dat de situatie van eiseres niet zodanig is dat zij op medische gronden niet kan werken (er is geen sprake van een situatie van “geen benutbare mogelijkheden”).
5.2.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de medische belastbaarheid van eiseres op de datum in geding in de rapporten op inhoudelijk overtuigende wijze is gemotiveerd. Eiseres moet op de datum in geding daarom in staat worden geacht arbeid te verrichten die in overeenstemming is met de voor haar vastgestelde medische belastbaarheid, zoals verwoord in de FML van 7 maart 2024.
Functies
6. Eiseres stelt dat zij niet kan werken. Het UWV denkt er te makkelijk over als het vindt dat zij in een drukke fabriekshal of kantoor kan verblijven gedurende een groot deel van de dag. Ter zitting heeft eiseres hieraan toegevoegd dat de functie van productiemedewerker industrie (sbc-code 111180) niet geschikt is, omdat zij geen werk kan verrichten met een hoog concentratievermogen.
7. Het arbeidsdeskundig onderzoek van het UWV is vastgelegd in de rapporten van arbeidsdeskundige H.M.W.J.D. van der Broek van 5 oktober 2023 en van arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (ad b&b) R. van Walt van Praag van 11 maart 2024. Het UWV acht eiseres in staat tot het verrichten van de volgende functies: productiemedewerker industrie (sbc-code 111180), administratief medewerker notaris, advocaat rechtbank (sbc-code 532040) en administratief ondersteunend medewerker (sbc-code 315100). Hiernaast is eiseres geschikt geacht voor een extra functie: assemblagemedewerker (sbc-code 267071).
7.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV in het arbeidsdeskundig rapport van de ad b&b van 11 maart 2024 voldoende gemotiveerd dat de belasting in de geduide functies de in de FML vastgestelde medische belastbaarheid van eiseres niet overschrijdt. De ad b&b heeft specifiek voor de functie van productiemedewerker industrie (sbc-code 111180) overwogen dat deze functie geschikt is, omdat er geen sprake is van langdurig bijzondere concentratie en eiseres zich tot een uur goed kan concentreren. Nu eiseres daar verder niets tegenover heeft gesteld, heeft de rechtbank geen reden om aan de conclusies van de arbeidsdeskundige te twijfelen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres juist heeft vastgesteld. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S.W. Kroon, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.P. Hoenderboom, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dus werk waarbij haar belastbaarheid op de aangenomen items niet wordt overschreden.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 11 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1191.