Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering na ziekmelding vanwege gezondheidsklachten, waaronder COPD en post-COVID klachten. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 18,76%, later bij bezwaar verhoogd naar 28,87%, maar dit bleef onder de 35% die recht geeft op een uitkering.
De rechtbank beoordeelde het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek zorgvuldig en concludeerde dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen van eiseres adequaat hebben vastgesteld, inclusief een urenbeperking van ongeveer 6 uur per dag. Eiseres voerde aan dat haar beperkingen zwaarder zijn en dat de geduide functies haar belastbaarheid overschrijden, maar zij bracht geen overtuigend medisch bewijs ter onderbouwing.
De rechtbank vond dat de functies productiemedewerker industrie en archiefmedewerker passend zijn binnen de vastgestelde beperkingen, mede omdat er rekening is gehouden met longvriendelijke omstandigheden en beperkingen zoals tillen en buigen. De subjectieve klachten van eiseres konden niet leiden tot een andere beoordeling.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, wat betekent dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering en het griffierecht niet wordt terugbetaald. De uitspraak is gedaan door rechter Mohamed Hoesein en griffier Van der Wielen op 21 november 2025.