Op 25 april 2024 vond in Duiven een steekincident plaats waarbij verdachte, slachtoffer en twee anderen gewond raakten. Verdachte stak slachtoffer met een mes in de rug, wat leidde tot een klaplong en inwendig bloedverlies bij het slachtoffer. Verdachte werd primair beschuldigd van poging tot doodslag.
De rechtbank stelde vast dat verdachte met voorwaardelijk opzet handelde, aangezien het steken in het bovenlichaam een aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer opleverde. Echter, verdachte voerde een beroep op noodweer aan, omdat hij werd aangevallen door slachtoffer en anderen met messen en fysiek geweld.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op noodweer slaagde: er was sprake van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, en de verdediging was noodzakelijk en proportioneel. Hoewel verdachte zich bewust in een risicovolle situatie begaf, stond dit een geslaagd beroep op noodweer niet in de weg.
Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De civiele vorderingen tot schadevergoeding van het slachtoffer en een andere betrokkene werden niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel werd opgelegd.
De rechtbank hechtte aan de verklaringen, medische rapporten en videobeelden en concludeerde dat de verdediging van verdachte rechtmatig was onder de gegeven omstandigheden.