ECLI:NL:RBGEL:2026:1019

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/05/430019 / FA RK 24-14
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek omgangsregeling en statusvoorlichting voor kind met sociaal-emotionele achterstand

De rechtbank Gelderland behandelde op 12 februari 2026 een zaak waarin de vader een omgangsregeling met zijn 11-jarige zoon wilde laten vaststellen en statusvoorlichting wilde geven over zijn biologische vaderschap. Het kind functioneert sociaal-emotioneel op het niveau van een 2,5-jarige, wat het moeilijk maakt om de informatie te begrijpen.

De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde statusvoorlichting, maar erkende dat dit zorgvuldig en begeleid moet gebeuren. De moeder en haar partner zijn emotioneel betrokken, maar vrezen dat de informatie het kind zal verwarren en de kwetsbare gezinssituatie zal verstoren. Het diagnostisch onderzoek van Karakter bevestigde de complexe problematiek en het kwetsbare functioneren van het kind.

De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind zwaarder weegt dan het belang van de vader om contact te hebben. Statusvoorlichting is op dit moment niet in het belang van het kind en kan de stabiliteit van het gezin ondermijnen. Daarom wordt het verzoek tot omgangsregeling afgewezen. De rechtbank adviseert de moeder en haar partner om met hulpverlening te overleggen over een toekomstig moment voor statusvoorlichting.

Uitkomst: Verzoek tot omgangsregeling en statusvoorlichting wordt afgewezen vanwege het belang van het kind en zijn sociaal-emotionele functioneren.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Arnhem
Zaakgegevens: C/05/430019 / FA RK 24-14
Datum uitspraak: 12 februari 2026
beschikking omgangsregeling
in de zaak van
[naam vader](hierna: de vader),
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. G.I.H. Schulte in Almere,
tegen
[naam moeder](hierna: de moeder),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Bredius in Gorinchem.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het verdere procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank van 12 juli 2024 ;
- de aanvullende rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 14 november 2024 , ingekomen op 22 november 2024 ;
- het F9-formulier van mr. Bredius van 27 mei 2025 ;
- de F9-formulieren met bijlage(n) van mr. Bredius van 3 september 2025 en 6 en 9 januari 2026 .
1.2.
Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling van 13 januari 2026 zijn gehoord:
- de vader, bijgestaan door mr. Schulte;
- de moeder, bijgestaan door mr. N.C. Milani, waarnemend voor mr. Bredius;
- een vertegenwoordigster van de Raad.
1.3.
Voor het eerdere verloop van deze procedure verwijst de rechtbank naar de beschikking van 12 juli 2024 . In die beschikking is iedere beslissing aangehouden voor de duur van zes maanden zodat de hulpverlening kan bekijken wat [kind] aankan ten aanzien van de statusvoorlichting en hoe die het beste kan worden vormgegeven.

2.Het nadere advies van de Raad

2.1.
De Raad heeft in zijn aanvullende rapportage van 14 november 2024 verzocht de zaak opnieuw voor de duur van zes maanden aan te houden voor nader diagnostisch onderzoek van de zoon van partijen, [kind] . Het sociaal wijkteam heeft de vraag over statusvoorlichting bij de gespecialiseerde GGZ voorgelegd en zij hebben aangegeven dit te kunnen oppakken en mee te zullen nemen binnen het diagnostische onderzoek.
2.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de raadsvertegenwoordigster aangegeven dat zij niet beschikt over het rapport van Karakter, maar dat de Raad wel bekend is met de algemene lijn en de conclusies daaruit. De Raad betreurt het dat Karakter de door de Raad geformuleerde vraag over statusvoorlichting niet heeft meegenomen in het onderzoek. Het standpunt blijft dat er statusvoorlichting aan [kind] gegeven moet worden. De Raad ziet een enorm betrokken moeder die veel van haar zoon houdt en die zich aan haar zoon probeert aan te passen. Er is geen sprake van onwelwillendheid bij de moeder, maar wel van angst wanneer zij de boodschap aan [kind] moet overbrengen dat de partner van de vrouw niet zijn vader is, en welk effect dat heeft op zijn leeftijd en zijn ontwikkeling. Het spreekt voor zich dat de statusvoorlichting aangepast worden aan het niveau van [kind] . De moeder en haar partner zullen hierin begeleid moeten worden. De Raad vindt het dus belangrijk dat de statusvoorlichting systemisch benaderd wordt en heeft daarom ook instanties genoemd die daarbij kunnen helpen, zoals Theraplay vanuit Entrea Lindenhout, FamilySupporters of Melody PsyCare. De Raad begrijpt dat er voors en tegens zijn om de hulpverlening via het wijkteam te betrekken bij de statusvoorlichting maar desondanks zal het een onderwerp zijn waar uitleg over moet gaan komen. Het gegeven dat [kind] een andere vader heeft moet niet geheim blijven. Met de moeder moet het belang daarvan besproken worden zodat zij ook emotionele toestemming kan geven.

3.Het nadere standpunt van de vader

3.1.
De vader heeft benoemd dat hij begrijpt dat er sprake is van een ingewikkelde situatie. Hij hoopt dat [kind] uiteindelijk zelf een besluit kan nemen of hij contact wil met hem, maar daarvoor is het dan wel noodzakelijk dat [kind] van zijn bestaan afweet. De vader staat daarom achter het advies van de Raad dat er statusvoorlichting moet komen en wil niets liever dan er zijn voor [kind] en hem de hulp aanbieden die hij nodig heeft. De vader heeft de indruk dat de hulpverlening vanuit het wijkteam dat bij moeder betrokken is niet objectief genoeg is. Zij zijn heel ondersteunend voor de moeder en haar gezin, maar het is de vraag of zij deskundig genoeg zijn als het gaat om het onderwerp statusvoorlichting, en of zij daarin wel een rol moeten krijgen. De vader denkt dat het beter is dat een externe partij zich met de statusvoorlichting bezig gaat houden. Dat er statusvoorlichting moet komen is eigenlijk niet eens een vraag, het is namelijk belangrijk voor de identiteitsontwikkeling van [kind] . [kind] is leerbaar gebleken en het is essentieel dat de moeder [kind] emotionele toestemming gaat geven. Ditzelfde geldt voor de partner van de moeder. De vader betreurt hoe het onderzoek is uitgevoerd. Het doel was statusvoorlichting en daaraan is geen aandacht besteed. De moeder had dit specifiek moeten benoemen in de aanvraag en dat staat nergens zo benoemd. De vader blijft het gevoel houden dat hij wordt tegengewerkt en dat daarmee vooral ook het belang voor [kind] dat hij weet van wie hij afstamt wordt genegeerd. Verder is een deel van het onderzoek gedaan op basis van de informatie van de moeder en een deel op basis van waarnemingen. Op grond daarvan zijn conclusies getrokken. De vader had het passender gevonden als er bijvoorbeeld ook een rapportage van de school van [kind] was gekomen. Dat zou een eerlijker beeld hebben gegeven. Uit de brief van het wijkteam blijkt vooral waarom er niet tot statusvoorlichting moet worden overgegaan terwijl het uitgangspunt had moeten zijn waarom die er juist wel moet komen. [kind] is inmiddels bijna twaalf jaar oud en de moeder lijkt niet bereid om stappen te zetten tot statusvoorlichting, of is daartoe misschien niet toe in staat. Er moet wat de vader betreft dan ook een externe organisatie ingezet gaan worden, waarbij gebruik gemaakt kan worden van de bevindingen van Karakter. Hoe het daarna verder moet met de omgang is van latere zorg. [kind] moet gewoon weten wie zijn biologische vader is, waarbij de rol van de partner van de moeder onaangetast zal blijven.

4.Het nadere standpunt van de moeder

4.1.
De moeder acht statusvoorlichting nu niet in het belang van [kind] . Zij wijst erop dat uit het diagnostisch onderzoek van Karakter is gebleken dat [kind] sociaal-emotioneel functioneert op een leeftijd van tweeënhalf jaar. Dit betekent dat het voor [kind] waarschijnlijk erg moeilijk zal zijn om de informatie over zijn biologische vader te begrijpen. Aangezien [kind] verbaal sterk is, wordt hij snel overschat. Het is zeer waarschijnlijk dat de informatie hem erg in de war zal brengen en veel onrust bij hem zal veroorzaken. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat [kind] veel tijd nodig heeft om nieuwe informatie te verwerken. De afgelopen jaren heeft hij kleine stapjes gezet om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen. Een recente operatie heeft aangetoond dat [kind] bij stressvolle situaties teruggaat in zijn ontwikkeling. Zijn dagelijkse problematiek is te groot om überhaupt een opening te vinden voor statusvoorlichting. Ten slotte is de kans groot dat de informatie over de biologische vader de relatie tussen [kind] en zijn moeder en stiefvader in de weg zal staan. [kind] heeft zijn moeder en stiefvader hard nodig, zowel praktisch als sociaal-emotioneel. Het verstoren van deze relatie zou [kind] ontwikkeling sterk in de weg kunnen gaan zitten. De balans thuis is nu kwetsbaar, het lukt net om het gezin draaiende te houden. Een argument om wel tot statusvoorlichting over te gaan is volgens de moeder dat hij er uiteindelijk toch wel achter zal komen wie zijn vader is en de klap dan wellicht nog groter zal zijn. Daarentegen denkt zij dat [kind] op latere leeftijd sociaal-emotioneel mogelijk sterker is, waardoor hij de informatie beter kan verwerken.

5.De beoordeling

Waarover moet de rechtbank nog beslissen?
5.1.
De rechtbank dient nog een beslissing te nemen op het verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling tussen hem en [kind] . Voordat een omgangsregeling kan worden bepaald, zal [kind] eerst duidelijk moeten worden gemaakt dat de vader zijn vader is. De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden is daarom of en zo ja op welke wijze statusvoorlichting moet plaatsvinden.
De inhoudelijke beoordeling
5.2.
In de tussenbeschikking van 12 juli 2024 heeft de rechtbank overwogen dat uit het rapport van de Raad van 27 juni 2024 blijkt dat statusvoorlichting aan [kind] van belang is voor zijn identiteitsontwikkeling. Vanwege de kindeigen problematiek van [kind] zal dit volgens de Raad zorgvuldig, op een daartoe geschikt moment en onder begeleiding moeten gebeuren. Voorafgaand aan de statusvoorlichting zal er diagnostiek bij [kind] moeten plaatsvinden om zijn problematiek breder in beeld te krijgen. Vanuit dat actuele beeld kan volgens de Raad een plan worden gemaakt over de statusvoorlichting, waarbij zowel moet worden gekeken hoe die statusvoorlichting het best kan worden vormgegeven als moet worden beoordeeld op welk moment dit dient te gebeuren.
5.3.
Karakter heeft inmiddels diagnostisch onderzoek uitgevoerd. Daaruit is naar voren gekomen dat [kind] sociaal-emotioneel functioneert op de leeftijd van een kind van tweeënhalf jaar. Deze uitslag lijkt niet passend bij of verklaarbaar vanuit de gemeten intelligentie. Over de reden van deze discrepantie kunnen verschillende hypothesen gevormd worden. Kort gezegd is sprake van een complex beeld, maar worden ook kwaliteiten gezien bij [kind] . De inschatting is dat hij in staat is nieuwe vaardigheden aan te leren. Hierbij kan het helpend zijn visuele ondersteuning te bieden, veel te herhalen en taken op te breken in kleine stapjes.
5.4.
Uit dit rapport maar ook uit de rest van het dossier en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling nog is toegelicht, komt naar voren dat er sprake is van een complexe en kwetsbare situatie rond [kind] . Dat maakt het lastig om in te schatten wat nu het meest in zijn belang is. De rechtbank begrijpt de wens van de vader dat hij wil dat [kind] nu te weten komt wie zijn biologische vader is. Het belang van [kind] weegt echter zwaarder. Hoewel er argumenten te geven zijn waarom statusvoorlichting in zijn belang is (zoals de Raad heeft benadrukt), acht de rechtbank het geven van statusvoorlichting aan [kind] op dit moment uiteindelijk toch (nog) niet in zijn belang. Daarbij speelt het volgende een belangrijke rol.
5.5.
De moeder heeft uitvoerig toegelicht en deels ook met stukken onderbouwd, dat [kind] in een kleine wereld leeft, waarin alledaagse zaken soms al enorm moeilijk zijn. Er is ook maar weinig nodig om hem uit zijn ritme te krijgen. Een treffend voorbeeld is dat hij al van slag is wanneer hij naar de Teletubbies kijkt en een van hen ontbreekt. Eerdere spannende gebeurtenissen in het leven van [kind] , zoals bijvoorbeeld zijn recente operatie, hebben laten zien dat deze een heftige reactie bij hem teweeg kunnen brengen en dat hij daardoor terugvalt in zijn ontwikkeling. Ook is duidelijk geworden dat [kind] nog totaal niet bezig is met onderwerpen die bij zijn eigen leeftijd thuishoren. Dat maakt het op dit moment lastig om [kind] uit te leggen wat het precies betekent dat de vader zijn (biologische) vader is. De rechtbank vindt het verder belangrijk dat er niet alleen gekeken wordt naar wat [kind] zelf aan kan maar ook naar wat het gezin aankan. Gebleken is dat de moeder de ballen nog maar net hoog weet te houden. De situatie van [kind] drukt op de rest van het gezin. Dat gezin is echter wel de stabiele basis voor [kind] en met die voorspelbare, rustige basis lukt het [kind] op zijn niveau een goed leven te laten leiden. De rechtbank vreest dat een verstoring bij [kind] effect op het hele gezin zal hebben en dat het gevaar te groot is dat dan de hele basis instort. Daar staat tegenover dat er zeker een belang van [kind] is om te weten wie zijn biologische vader is, omdat er ook een risico is als de werkelijkheid “geheim” gehouden wordt, in de woorden van de Raad. Dit ziet de rechtbank ook, maar de statusvoorlichting moet niet geforceerd worden.
5.6.
Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat er op dit moment (nog) geen mogelijkheden zijn om [kind] statusvoorlichting te geven en dat er dus ook geen omgangsregeling tussen de vader en [kind] kan worden vastgesteld. Dat er op wat langere termijn statusvoorlichting moet komen is een gegeven, maar het is nu geen geschikt moment daarvoor. Mogelijk kan dit wel als [kind] wat ouder is en zijn ontwikkeling wat verder is. De rechtbank geeft de moeder en haar partner nu al mee dat het wenselijk is dat zij met de betrokken hulpverlening in gesprek gaan over de vraag hoe zij ervoor kunnen zorgen dat er in de toekomst een opening kan komen om bij [kind] tot statusvoorlichting over te gaan en hoe zij dit het best kunnen aanpakken. Het kan ook nodig zijn daarbij een andere organisatie te betrekken. Voor nu laat de rechtbank het initiatief hiervoor bij de moeder.
5.7.
Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dan het verzoek van de vader af te wijzen.

6.De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek van de vader af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Eskes, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van E.M.B. Toonen - Scholten als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.