Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
3.De bewezenverklaring
of omstreeks6 december 2024 te Apeldoorn, meerdere bankbiljetten
, in elk geval een geldbedrag/enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Lidl (gevestigd aan [adres] )
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan
envergezeld
en/of gevolgdvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen (de caissière) [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en
/ofgemakkelijk te maken,
geweld en/ofbedreiging met geweld bestond
(en)uit het
/ofdeels gezichtsverhullende kleding benaderen van die [slachtoffer] en
/of
/of
/of
/of
, althans een daarop gelijkend voorwerp, tegen en/ofbij de
/of
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
10.De toegepaste wettelijke bepalingen
11.De beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren;
- veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 2.250,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald);
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 2.250,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 20 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;