ECLI:NL:RBGEL:2026:1120

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
11986329
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 BWArt. 7:670 lid 4 sub 1° BWArt. 7:671b lid 6 onder a BWArt. 7:671 lid 6 onder b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens opzegverbod lidmaatschap ondernemingsraad

De werknemer is sinds 2007 in dienst bij NXP als system application engineer en is sinds 2019 lid van de ondernemingsraad (OR). NXP verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren en subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding, waarbij het disfunctioneren mede wordt toegeschreven aan onvoldoende beschikbaarheid voor projectwerk door OR-werkzaamheden.

De werknemer betwist dit en stelt dat het disfunctioneren voortkomt uit het tijdsconflict tussen OR-werkzaamheden en reguliere werkzaamheden, waarbij het opzegverbod wegens OR-lidmaatschap van toepassing is. De kantonrechter oordeelt dat de problemen met functioneren nauw samenhangen met de tijdsverdeling tussen OR-werk en projectwerk en dat het opzegverbod daarom aan ontbinding in de weg staat.

De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek af en veroordeelt NXP tot betaling van de proceskosten. Het tegenverzoek van de werknemer om transitie- en billijke vergoeding behoeft geen behandeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het opzegverbod tijdens het lidmaatschap van de ondernemingsraad.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer / rekestnummer: 11986329 \ HA VERZ 25-84
Beschikking van 5 februari 2026
in de zaak van
NXP SEMICONDUCTORS NETHERLANDS B.V.,
te Eindhoven,
verzoekende partij,
hierna te noemen: NXP ,
gemachtigde: mr. P.A.L. de Jong,
tegen
[naam verweerder],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. E.H.J. van Gerven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties
- het verweerschrift met producties
- de brief van 9 januari 2026 van de zijde van NXP met producties
- de brief van 9 januari 2026 van de zijde van [verweerder] met wijziging subsidiaire verzoek
- de brief van 12 januari 2026 van de zijde van [verweerder] met producties
- de mondelinge behandeling van 5 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en door de gemachtigden van partijen spreekaantekeningen zijn overgelegd.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

Algemeen
2.1.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] , is sinds 1 juni 2007 in dienst bij NXP . De functie van [verweerder] is system application engineer met een loon van € 6.815,49 bruto per maand.
2.2.
[verweerder] is vanaf 13 juni 2019 lid van de OR. In 2021 heeft NXP een nota (OFM-nota: hierna te noemen: OFM)) opgesteld over ‘ondersteuning voor en faciliteiten ten behoeve van de medezeggenschap bij NXP in Nederland’. Daarin is een indicatieve tijdsbesteding aan OR- werkzaamheden opgenomen. Op 8 maart 2022 is een tijdsbesteding van 20% overeengekomen en met ingang van de nieuwe zittingstermijn van de OR in december 2024 30%.
2.3.
De leidinggevende van [verweerder] is tot mei 2021 [medewerker 1] en vanaf mei 2021 [medewerker 2] (hierna te noemen: [medewerker 2] ).
Functioneren
2.4.
De beoordeling van het functioneren van [verweerder] is ieder jaar vastgelegd in een ‘annual performance review’, die over de jaren 2015 tot 2023 afgesloten is met de volgende ‘rating’ van de ‘manager overall evaluation’:
  • 2015: Strong Performer
  • 2016: Top Achiever
  • 2017: Valued Contributor
  • 2018: Valued Contributor
  • 2019: Valued Contributor
  • 2020: Valued Contributor, met daarbij het volgende door [verweerder] gegeven commentaar:
  • 2021: Expect More, met daarbij de volgende evaluaties van:
o [medewerker 2] :
You took on more working the workers council which the workers council appreciates. However, this was not communicated to the project team who needed your contribution.
o
[verweerder] :Works Council has taken much more time than anticipated. The start of the new works council will also be used to distribute responsibilities in order to better balance job and OR responsibilities.
(…)I can’t help feeling that my work for the works council had a considerable influence on the “Expect More” rating. I have put a lot of time and effort in works council activities, being the chair of SoBe, and a.o. also a member of the EWC (European Workers Council) and MFC (Monitor Focus Committee).(…)There has been a more busy time in the works council (OR) but this can’t have been unknown to the team as we had a daily ‘scrum meeting’ where we told each other what we had been doing that morning and were going to do the rest of the day. I think that the main problem is that my manager in the Barracuda project expected to get a FTE employee and then it turned out t be much less than 100%. This should have been communicated on manager level beforehand in order to manage expectations.
  • 2022: Valued Contributor, met het volgende commentaar van [verweerder] :
  • 2023: Expect more, met daarbij de volgende evaluaties van:
o [medewerker 2] :
Unfortunately. I need to give you an ‘Expect More’. This is based om the escalations coming from the project (not visible, not available, not delivering on time). We have discussed the last 2 years that you need to balance the activities between the WC and your project assignment, knowing we agreed to 20% WC and 80% project allocation. This balancing did not go well, you did not report timely to your peers or PM’s that you cannot handle your deliveries. This means we need to go through an improvement plan in the coming period to get your performance back to the level that is expected from you.
o [verweerder] :
The works council takes up more time than just 20%. But what I hear is that I signed for 20% in the OFM (Work Agreement Form) and therefore should accept this. But, that was before the OFM document was shared, written by HR. In this document it reads that “If Works Council members are also members of at least one working group at a time when the Works Council is fully staffed, the lower limit of the number of hours to be spent appears to be 20% in practice.” I happen to be in several work groups and am the chairman of SoBe, the most busy work group of the works council.Looking at the table at page 4 of this document, and based on my own experiences 40% seems a more realistic. Not every week, but regularly.
2.5.
Bij e-mail van 29 maart 2024 is aan [verweerder] een verbeterplan uitgereikt dat aanvangt op 27 maart 2024 en een looptijd van 6 maanden heeft.
2.5.1.
In het plan staat vermeld dat in het OFM, dat op 22 maart 2022 is getekend, afgesproken is dat [verweerder] 20% voor OR werkt en 80% voor project activiteiten, maar dat hij zich daar niet aan gehouden heeft omdat de activiteiten die hij verricht voor de OR beduidend meer tijd nodig hebben.
2.5.2.
Over de tijdsverdeling OR en het project werk is verder het volgende opgemerkt:
Als we kijken naar de feedback van de OR, dan komt daar goede feedback op de bijdrage van [naam] . Als we echter kijken naar het project werk, dan zijn er problemen. Deze komen veelal voor uit het niet beschikbaar zijn van [naam] tgv de OR. De werkelijke tijd die [naam] spendeert aan de OR is hoger dan afgesproken, daardoor wordt de tijd niet in het project geïnvesteerd. Het project verwacht 80% allocatie maar krijgt werkelijk veel minder.De keuze is geheel door [naam] gemaakt, maar is niet gecommuniceerd met zijn stakeholders binnen het project. Hierdoor ontstaat een situatie dat [naam] niet beschikbaar is voor het project, zijn leveringen niet nakomt, taken weer teruggenomen worden door collega’s die ontlast moesten worden.
2.5.3.
Als verbeterdoelstellingen zijn
ownershipen
collaborationgenoemd met bijbehorende actiepunten, waaronder wekelijkse voortgangsrapportages, 2-wekelijkse 1-1 coaching, verdieping in theorie/ trainingen en feedback vragen aan stakeholders.
2.6.
In reactie op het verbeterplan heeft [verweerder] laten weten dat hij het er niet mee eens is maar dat hij er wel aan zal gaan werken.
2.7.
Bij email van 18 november 2024 heeft [medewerker 2] aan [verweerder] vastgelegd dat hij onvoldoende verbetering heeft gezien en dat daarom het improvement plan verlengd wordt met 6 maanden vanaf 14 november 2024. Verder staat er het volgende in:
Ik heb tevens gezien dat je je verkiesbaar hebt gesteld. Dat lijkt me gezien jouw resultaten tot nu toe niet verstandig.Ik kan dit niet blokkeren en zie daarnaast ook dat je hier energie van krijgt en dat gun ik jou. Maar, jouw primaire taak is de functie in dit team en daarmee zou jij je het merendeel van de tijd moeten bezighouden.
2.8.
Het functioneren van [verweerder] over 2024 is beoordeeld met de rating: Expect More.
2.9.
Bij email van 21 mei 2025 heeft [medewerker 2] de eindconclusie van het verbeterplan aan [verweerder] gestuurd, die luidt dat hij er onvoldoende in is geslaagd zijn functioneren te verbeteren en dat er gezocht moet worden naar andere oplossingen, waaronder ook beëindiging van het dienstverband.
2.10.
Op 27 mei 2025 is door HR aan [verweerder] gecommuniceerd dat er geen passende functie voorhanden was. Een bericht van gelijke strekking is op 25 juni 2025 naar [verweerder] gestuurd.
2.11.
Bij brief van 7 juli 2025 is aan [verweerder] een officiële waarschuwing verzonden vanwege door NXP beoordeelde ondermaatse ESD-activiteiten.
2.12.
NXP heeft [verweerder] op 9 oktober 2025 vrijgesteld van werkzaamheden vanwege een door haar beschreven incident en in het licht van de ontbindingsprocedure.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
NXP verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, primair vanwege disfunctioneren, subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. NXP legt aan het verzoek ten grondslag, dat [verweerder] vanaf 2017 tekortschiet op kerncompetenties, zijnde pro activiteit, timemanagement, samenwerken en communicatie. Een verbetertraject van
6 maanden met verlenging van nog eens 6 maanden heeft geen verbeterd functioneren opgeleverd. Dat moet onder meer toegeschreven worden aan het feit dat [verweerder] niet met kritiek om kan gaan en geen zelfkritisch vermogen heeft. Het opzegverbod wegens lidmaatschap OR staat niet aan ontbinding in de weg. De omstandigheden die ten grondslag liggen aan het verzoek laten zich namelijk abstraheren van de omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft en die omstandigheden zijn op zichzelf voldoende voor een voldragen ontslaggrond. Ook zonder de OR werkzaamheden die [verweerder] verricht is er sprake van disfunctioneren. Het gaat niet om het OR-werk, maar om het gebrek aan proactieve communicatie, timemanagement en een goede samenwerking met teamleden. Daarbij komt dat deze kritiekpunten ook al speelden voordat [verweerder] lid werd van de OR.
3.2.
[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Hij voert aan dat de kern van de zaak terug te voeren is op een tijdsconflict tussen OR-werkzaamheden en zijn reguliere werkzaamheden.
Anders dan NXP suggereert heeft [verweerder] de hoeveelheid OR werk niet in eigen hand. Hij is voorzitter van commissie SoBe (Sociaal Beleid). Deze commissie behandelt instemmingsaanvragen die NXP aan de OR voorlegt en die binnen een bepaalde termijn afgehandeld moeten worden.
De problemen die NXP voorspiegelt, komen voort uit de stelling van NXP dat [verweerder] niet voldoende beschikbaar zou zijn. Er is dus sprake van een rechtstreeks verband met zijn OR-werkzaamheden. Het opzegverbod is dan ook van toepassing. Zonder OR-lidmaatschap, zouden er geen klachten zijn geweest over disfunctioneren en/of een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.
Daarbij komt dat [verweerder] altijd prima gefunctioneerd heeft op de afdeling Infotainment waar hij het erg naar zijn zin had en dat hij daarna een paar keer overgeplaatst is naar andere afdelingen met nieuwe taakinvullingen. NXP heeft mogelijkheden die zich hebben voorgedaan om hem terug te plaatsen op de afdeling Infotainment niet benut.
Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] bij wijze van zelfstandig tegenverzoek om toekenning van de (wettelijke) transitievergoeding en een billijke vergoeding ten bedrage van € 458.463,01 bruto.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
4.2.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. [1] Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. [2] De arbeidsovereenkomst kan niet ontbonden worden indien het verzoek daartoe verband houdt met het lidmaatschap van de werknemer van de OR.
Opzegverbod wegens lidmaatschap OR
4.3.
[verweerder] is vanaf 13 juni 2019 lid van de OR. Dat betekent dat het opzegverbod tijdens lidmaatschap van een ondernemingsraad (artikel 7:670 lid 4 sub Pro 1° BW) van toepassing is. De kantonrechter kan niettemin de arbeidsovereenkomst ontbinden als het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft (artikel 7:671b lid 6 onder a BW) of als er sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer behoort te eindigen
(artikel 7:671 lid 6 onder Pro b BW).
4.4.
Partijen twisten over de vraag of de omstandigheden die aan het verzoek ten grondslag zijn gelegd verband houden met het lidmaatschap van [verweerder] van de OR.
NXP stelt daarover dat zij geen moeite heeft met de werkzaamheden die [verweerder] voor de OR verricht. Integendeel zelfs, want - zo stelt zij - de OR-werkzaamheden hebben positief meegewogen in de beoordelingen. Het gaat haar erom dat [verweerder] niet goed functioneert in zijn projectwerk en dat hij met betrekking tot dit werk tekortschiet in de kerncompetenties waar hij over dient te beschikken. [verweerder] stelt daar tegenover dat zijn OR lidmaatschap en de tijd die hij daaraan moet besteden, hetgeen hij - anders dan NXP voorhoudt - niet in eigen hand heeft wel degelijk de kern vormt van de onenigheid die uiteindelijk heeft geresulteerd in deze procedure.
4.5.
De kantonrechter gaat niet mee in de stelling van NXP dat het OR werk van [verweerder] los gezien moet worden van het projectwerk en dat ook als het OR-lidmaatschap wordt weggedacht er sprake zou zijn van disfunctioneren en een verstoorde arbeidsverhouding. Uit wat partijen over en weer naar voren hebben gebracht, blijkt dat de tijdsverdeling tussen het OR- en projectwerk onderdeel is van de steeds terugkerende discussies. Zo staat er in het verbeterverslag dat de problemen met betrekking tot het reguliere werk veelal voortkomen uit het feit dat [verweerder] zonder overleg met zijn stakeholders meer tijd spendeert aan de OR dan is afgesproken. Ook de e-mail van [medewerker 2] van 14 november 2024 waarin staat dat het niet verstandig wordt geacht dat [verweerder] zich weer verkiesbaar voor de OR heeft gesteld, is daarvan een voorbeeld. Onderdeel van de discussies is voorts dat [verweerder] , zoals hij aangeeft een deel van de tijdsbesteding niet in eigen hand heeft, omdat de OR afhankelijk is van het aantal instemmings- en adviesaanvragen dat NXP doet, welke aanvragen bovendien binnen een bepaalde termijn afgehandeld moeten worden. Het pijnpunt van de tijdsbesteding kan niet los gezien worden van de kritiekpunten die NXP op het functioneren van [verweerder] heeft. Dat [verweerder] ook al voordat hij lid was van de OR tekortschoot op de kerncompetenties is niet, dan wel onvoldoende gebleken en vinden geen steun in de annual performance reviews uit die tijd. Een en ander leidt ertoe dat het opzegverbod aan ontbinding in de weg staat. Dat geldt zowel voor ontbinding op de d-grond (disfunctioneren) als op de e-grond (verstoorde arbeidsverhouding). De verstoring van de arbeidsverhouding is volgens NXP te wijten aan de wijze waarop [verweerder] zich in het kader van het disfunctioneren, gedurende het verbetertraject en daarna heeft gedragen en uitgelaten. Daaruit volgt dat deze grondslag in het verlengde van het gestelde disfunctioneren ligt. Voorts is niet gesteld of gebleken dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst in het belang van [verweerder] zou zijn. Vorenstaande leidt tot het oordeel dat nu het verzoek van NXP verband houdt met de werkzaamheden van [verweerder] als lid van de OR het verzoek tot ontbinding niet kan worden toegewezen. Het voorwaardelijke tegenverzoek hoeft om deze reden niet te worden behandeld.
4.7.
De proceskosten komen voor rekening van NXP, omdat NXP ongelijk krijgt.
De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 1000,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af,
5.2.
veroordeelt NXP in de proceskosten van € 1000,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als NXP niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt NXP tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [3] .
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:669 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 7:669 lid 1 BW Pro.
3.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.