ECLI:NL:RBGEL:2026:1238
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten in agrarisch gebied
De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel voor het bouwen van een gebouw met dertig kamers voor de tijdelijke huisvesting van maximaal zestig arbeidsmigranten op een agrarisch perceel. Eisers, wonend op circa 130 meter afstand, zijn het niet eens met de vergunning en de beslissing op bezwaar en voeren meerdere beroepsgronden aan, waaronder onbehoorlijk bestuur, onvoldoende onderbouwing van de noodzaak, leefbaarheid, parkeernorm, landschappelijke waarden, alternatieve locatie, flora- en faunaonderzoek en molenbiotoop.
De rechtbank oordeelt dat het college de vergunning terecht heeft verleend binnen de beleidsruimte die het toekomt bij afwijking van het bestemmingsplan. De noodzaak voor zestig arbeidsmigranten is voldoende onderbouwd met praktijkcijfers en CBS-data. De leefbaarheidstoets is adequaat uitgevoerd en houdt rekening met de tijdelijke aard van de huisvesting en de afstand tot woningen. De parkeernorm is passend toegepast en de landschappelijke waarden worden niet onevenredig aangetast. Alternatieve locaties zijn niet aannemelijk beter. Het relativiteitsvereiste leidt tot afwijzing van de beroepsgrond over flora- en faunaonderzoek en molenbiotoop. De overige bezwaren zijn onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de omgevingsvergunning en de beslissing op bezwaar in stand blijven. Eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M. van Harten op 23 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.