ECLI:NL:RBGEL:2026:1486

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
25/4708
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:11 AwbArt. 5.1 lid 1 OmgevingswetArt. 8.0a lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep omgevingsvergunning wasboxen afgewezen wegens ontbreken procesbelang omwonenden

Op 1 november 2024 verleende het college van burgemeester en wethouders van Arnhem een omgevingsvergunning voor de bouw en het gebruik van drie wasboxen en een technische ruimte bij een tankstation. Omwonenden maakten bezwaar tegen deze vergunning. Het college herroept vervolgens de vergunning en weigert deze alsnog op 4 september 2025, omdat de aanvraag niet voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De omwonenden stelden beroep in tegen deze beslissing. Zij voerden aan dat het college niet volledig en kenbaar had heroverwogen in de bezwaarprocedure en dat het bouwplan getoetst moest worden aan het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelt echter dat door de herroeping en weigering van de vergunning de juridische situatie ter plaatse niet is gewijzigd en dat de omwonenden daarmee hun doel hebben bereikt.

De rechtbank concludeert dat de omwonenden met het beroep juridisch niets kunnen bereiken, omdat de vergunning reeds is geweigerd en er geen sprake is van geleden schade. Ook een toetsing van de motivering in bezwaar leidt niet tot een ander rechtsgevolg. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

De uitspraak werd op 23 februari 2026 mondeling gedaan door rechter M.J.M. Verhoeven in Arnhem. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van omwonenden tegen de herroeping en weigering van de omgevingsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/4708
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026
in de zaak tussen

[eiser], [eiseres 1] en [eiseres 2] uit [plaats], eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem

(gemachtigde: mr. M.H.M. Rijbroek).

Procesverloop

1. Op 1 november 2024 heeft het college aan [naam bedrijf] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen, in stand houden en gebruiken van drie wasboxen en een technische ruimte aan de [locatie] in [plaats]. [1]
1.1.
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning.
1.2.
Bij de beslissing op het bezwaar van eisers van 4 september 2025 heeft het college de omgevingsvergunning herroepen en alsnog geweigerd omdat de aanvraag niet voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
1.3.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.
1.4.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
Eisers hebben desgevraagd schriftelijk een nadere toelichting gegeven op hun procesbelang.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 23 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers en de gemachtigde van het college.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2.1.
Procesbelang is het belang dat een belanghebbende heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de belanghebbende voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de belanghebbende van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft een belanghebbende die opkomt tegen een besluit, belang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen. [2]
2.2.
Eisers betogen dat zij belang hebben bij de beoordeling van het beroep omdat het college niet heeft voldaan aan de plicht van artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht om volledig en kenbaar te heroverwegen in de bezwaarprocedure. De heroverweging in bezwaar is niet goed gedaan en eisers willen dat het bouwplan wordt getoetst aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan van rechtswege - namelijk het bestemmingsplan Hoogkamp Sterrenberg Gulden Bodem 2012 - en dat acht wordt geslagen op het karakter van dat plan. Eisers verzetten zich tegen gang van zaken bij de behandeling in bezwaar en stellen dat zij belang hebben bij de beoordeling van de motivering in bezwaar, omdat dat doorwerkt in de beslissing op een verzoek om planherziening en een handhavingsverzoek dat zij hebben gedaan.
2.3.
Door de herroeping en de weigering van de omgevingsvergunning is er geen wijziging gekomen in de juridische situatie zoals die ter plaatse op grond van het omgevingsplan geldt. De wasboxen en de technische ruimte kunnen niet worden gebouwd en niet in gebruik worden genomen. Daarmee is voldaan aan hetgeen eisers wensen, namelijk het voorkomen van een wijziging van de huidige situatie. Eisers erkennen dat ook.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat eisers met dit beroep juridisch niets kunnen bereiken. Eisers kunnen met een eventueel geslaagd beroep namelijk niet bereiken dat zal worden getoetst of de omgevingsvergunning op andere gronden moest worden geweigerd. De vergunning is immers reeds geweigerd. [3] Ook is niet gebleken dat er als gevolg van het bestreden besluit schade is geleden, op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat eisers wel een belang hebben.
2.5.
De toetsing van de motivering is geen reden om procesbelang aan te nemen. Dan gaat het immers om een principiële uitspraak, waarin zou worden vastgesteld dat het college het verkeerd heeft gedaan in bezwaar. [4] Maar als dat al aan de orde zou zijn, verandert dat het rechtsgevolg niet omdat de vergunning is al herroepen. Ook hebben eisers geen belang bij een inhoudelijke behandeling vanwege de andere procedures. Op het handhavingsverzoek en verzoek tot planherziening zal het college moeten beslissen en de beslissing motiveren. Die motivering is een reactie op de verzoeken van eisers in die zaken en staat niet reeds in rechte vast op grond van de herroeping van de omgevingsvergunning waar het in deze zaak om gaat. Als het college er daarbij voor zou kiezen om te verwijzen naar motiveringen in deze zaak, dan kunnen die dan aan de orde worden gesteld en bestreden. Ook dat levert in deze zaak geen procesbelang op. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om belang aan te nemen bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Deze mondelinge uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2026 door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 5.1 eerste lid, aanhef en onder a Omgevingswet en artikel 8.0a tweede lid Besluit kwaliteit leefomgeving (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) en met toepassing van de reguliere voorbereidingsprocedure (paragraaf 16.5.2 Omgevingswet).
2.Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 9 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3415.
3.Zie de uitspraak van de Afdeling van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1766, onder 6.2.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling van 14 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1581, onder 6.