ECLI:NL:RVS:2017:1581
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- E. Helder
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gedoogplicht voor hoogspanningsverbinding wegens onvoldoende minnelijk overleg
De minister legde op 29 april 2016 een gedoogplicht op aan appellanten voor de aanleg en instandhouding van een 150/380 kV hoogspanningsverbinding tussen Doetinchem en Voorst. Appellante sub 1 en anderen bereikten minnelijke overeenstemming met TenneT, waarna het besluit voor hen werd ingetrokken. Hun beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.
Appellant sub 2 voerde aan dat TenneT onvoldoende serieuze pogingen had gedaan tot minnelijk overleg, met name over schadevergoedingen voor waardevermindering van omliggende bebouwing. De Raad oordeelde dat de minister niet voldeed aan zijn vergewisplicht en vernietigde het besluit voor appellant sub 2 wegens strijd met artikel 2, vijfde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Appellant sub 3 betwistte de gedoogplicht onder meer omdat bepaalde rechthebbenden niet waren betrokken, hij vond dat zijn belangen onteigening vereisten en dat de gedoogplicht meer belemmering bracht dan redelijkerwijs nodig was. De Raad verwierp deze bezwaren en verklaarde zijn beroep ongegrond. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten sub 1 en anderen en appellant sub 2.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 2 is gegrond verklaard en het gedoogplichtbesluit voor hem vernietigd; de beroepen van appellante sub 1 en anderen en appellant sub 3 zijn respectievelijk niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard.