3.1.Opos vordert na wijziging van eis dat de voorzieningenrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
i. veroordeelt tot betaling van het onbetwiste deel van de vordering ad € 758.075,50, als voorschot op de totale vordering van Opos uit hoofde van de in de Koopovereenkomst opgenomen vrijwaringen en de in artikel 14.1 opgenomen garantie, binnen twee weken na betekening van dit vonnis;
ii. veroordeelt tot betaling van het bedrag ad € 8.307,60, als voorschot op de totale vordering van Opos uit hoofde van de in de Koopovereenkomst opgenomen vrijwaringen voor de in redelijkheid te maken kosten in het kader van de vrijwaringen, zoals opgenomen in artikel 13.1 van de Koopovereenkomst, binnen twee weken na betekening van dit vonnis;
iii. veroordeelt tot nakoming van de op haar rustende verplichting tot het geven van
inzicht in de nakoming van haar verplichting tot het in stand houden van een bedrag
van € 1.000.000,00 aan vermogen in de vorm van cash of cashequivalenten die zij te
allen tijde binnen een periode van één maand kan omzetten in vrij beschikbare
geldmiddelen, zulks binnen één week na betekening van dit vonnis;
iv. veroordeelt tot nakoming van haar verplichting, voor zover daaraan niet wordt
voldaan, tot het in stand houden van een bedrag van € 1.000.000,00 aan vermogen
in de vorm van cash of cashequivalenten die zij te allen tijde binnen een periode van
één maand kan omzetten in vrij beschikbare geldmiddelen en daarvan bewijs te
leveren aan Opos, zulks binnen één week na betekening van dit vonnis; en
v. gebiedt zijn concurrerende activiteiten te staken en gestaakt te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00, vanaf de datum van dit vonnis;
vi. veroordeelt, bij wijze van voorschot, tot betaling van de door hem per 7 januari 2026 verbeurde boete ad € 640.000,00 binnen twee weken na betekening dit vonnis;
vii. veroordeelt, als borg, tot betaling van het onbetwiste deel van de vordering ad
€ 758.075,50, en de vordering van € 8.307,60 of enig ander bedrag door de voorzieningenrechter te bepalen als voorschot op de totale vordering van Opos uit hoofde van de in de Koopovereenkomst opgenomen vrijwaringen en artikel 14.1, zulks binnen twee weken nadat [gedaagde sub 1] in verzuim is ten aanzien van de nakoming van haar betalingsverplichtingen voortvloeiende uit het petitum onder (i) indien en voor zover de voorzieningenrechter tot een veroordeling op dit punt is gekomen;
viii. veroordeelt tot nakoming van de op hem rustende verplichting tot het geven van
inzicht in de nakoming van de verplichting tot het in stand houden van een bedrag van € 1.000.000,00 aan vermogen in [gedaagde sub 1] , in de vorm van cash of cashequivalenten die zij te allen tijde binnen een periode van één maand kan omzetten in vrij beschikbare geldmiddelen, zulks binnen één week na betekening van dit vonnis;
ix. veroordeelt tot nakoming van zijn verplichting, voor zover daaraan niet wordt
voldaan, tot het in stand houden van een bedrag van € 1.000.000,00 aan vermogen
in [gedaagde sub 1] , in de vorm van cash of cashequivalenten die zij te allen
tijde binnen een periode van één maand kan omzetten in vrij beschikbare
geldmiddelen en daarvan bewijs te leveren aan Opos, zulks binnen één week na
betekening van dit vonnis; en
zowel [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2] ( [gedaagden] )
x. verbiedt het in de Koopovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding te
overtreden, op straffe van een dwangsom van € 100.000,00 voor elke overtreding vanaf de datum van dit vonnis;
xi. hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten.