Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van
op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker], uit [plaats 1], verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel
Samenvatting
1.2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening deels toe en schorst de last onder dwangsom voor zover verzoeker is gelast de aanwezige bouwwerken te verwijderen. Voor het overige wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Dit betekent dat de dieren alsnog binnen twee weken na deze uitspraak moeten worden weggehaald als verzoeker wil voorkomen dat dwangsommen worden verbeurd.
1.3. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. De percelen van derde-partij grenzen aan het perceel van verzoeker. Derde-partij ervaart overlast van de dieren van verzoeker die op zijn land komen, zijn gewas eten en het land bevuilen. Op 3 april 2025 heeft derde-partij aan het college gevraagd om handhavend op te treden tegen de op het perceel van verzoeker geplaatste opstallen en tegen het houden van dieren.
5. Op 4 april 2025 heeft het college een controle uitgevoerd op het perceel van verzoeker. Vastgesteld is dat verzoeker op het perceel dieren houdt en dat op het perceel verschillende bouwwerken zijn gerealiseerd zonder vergunning.
6. Het college heeft verzoeker met het besluit van 24 juli 2025 gelast de paardenstal, paardenbak, unit, overkapping, mestopslag, verharding, lichtmasten en dieren te (laten) verwijderen en verwijderd te (laten) houden. Voldoet verzoeker niet (tijdig) aan de last dan verbeurt hij dwangsommen. Aan dit besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat verzoeker geen omgevingsvergunning heeft voor de bouwwerken en dat het houden van dieren op dit perceel in strijd is met de ter plaatse geldende bestemming. Daardoor handelt verzoeker volgens het college in strijd met het bepaalde in artikel 5.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet. Met het besluit van 3 december 2025 op het bezwaar van verzoeker heeft het college de last gehandhaafd.
Is de last onder dwangsom in de gegeven omstandigheden onevenwichtig?13. Verzoeker heeft aangevoerd dat de last onder dwangsom zeer verstrekkende gevolgen voor hem heeft. Hij verliest alles waar hij jaren voor heeft gewerkt en gespaard. Hij is zeer gehecht aan zijn dieren en het feit dat hij een ander onderkomen voor hen moet zoeken doet hem erg veel. Hij is door de spanning momenteel niet in staat om te werken en heeft zich ziek gemeld. Hij ervaart de last ook als een straf. Hij heeft onvoldoende geld om een alternatieve locatie te kopen, kan zijn eigen perceel op deze manier niet verkopen en ook voor het afbreken van de opstallen heeft hij geen geld. Bovendien bestaat de huidige situatie al 30 jaar.
Conclusie en gevolgen
De voorzieningenrechter zal het verzoek om voorlopige voorziening deels toewijzen en de last, voor zover deze inhoudt dat verzoeker de aanwezige bouwwerken dient te verwijderen, schorsen tot de uitspraak van de rechtbank op het beroep van verzoeker. In afwachting van de behandeling van het beroep kan het college desgewenst een nieuwe beslissing op bezwaar nemen, waarbij de grondslag van de last onder dwangsom wordt gewijzigd. [10] 16. Het college was wel bevoegd om handhavend op te treden tegen de door verzoeker gehouden dieren. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat het bestreden besluit voor zover verzoeker wordt gelast de aanwezige dieren te verwijderen, in beroep niet in stand zal blijven. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening in zoverre dan ook af.
17. Omdat het college de begunstigingstermijn heeft verlengd tot twee weken na de uitspraak van de voorzieningenrechter heeft verzoeker na de uitspraak nog twee weken om de aanwezige dieren te herplaatsen. Voldoet hij niet of niet tijdig aan de last, dan verbeurt hij dwangsommen, zoals in het bestreden besluit is omschreven. Zoals op zitting is besproken, is het raadzaam met het college in overleg te gaan over de wijze waarop aan de last kan worden voldaan.
18. Omdat er aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen krijgt verzoeker het betaalde griffierecht terug. Van te vergoeden proceskosten is niet gebleken.