Derde-partij kocht in oktober 2016 een appartementsrecht in een gebied waar het bestemmingsplan 'Tussen Kasteel en Wijchens Meer 2022' woningbouw mogelijk maakt. Derde-partij vroeg een tegemoetkoming in planschade aan vanwege deze planologische wijziging. Het college wees het verzoek aanvankelijk af, maar kende later alsnog een vergoeding van €11.750,- toe.
[eiseres], gehouden tot betaling van deze vergoeding, stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank oordeelt dat de planologische ontwikkeling voorzienbaar was op het moment van aankoop, omdat het masterplan uit 2007 deze ontwikkeling al bevatte en het gewijzigde bestemmingsplan uit 2015 het voornemen tot woningbouw niet expliciet heeft verlaten. De voorzienbaarheid betekent dat de schade voor rekening van de koper komt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar van derde-partij ongegrond. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak bevestigt dat een concreet beleidsvoornemen niet doorbroken wordt zonder expliciete afstand, ook niet bij latere bestemmingsplannen die het plan in fasen uitvoeren.