ECLI:NL:RVS:2020:2042
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over tegemoetkoming planschade door aanleg Buitenring Parkstad Limburg
Het college van gedeputeerde staten van Limburg wees aanvragen om tegemoetkoming in planschade af van drie eigenaren van woningen nabij de Buitenring Parkstad Limburg. De eigenaren stelden dat de waardevermindering van hun woningen het gevolg was van het inpassingsplan voor de aanleg van de buitenring. De rechtbank verklaarde de beroepen van de eigenaren gegrond en vernietigde de besluiten van het college voor zover de tegemoetkoming werd geweigerd. De rechtbank bepaalde een tegemoetkoming met wettelijke rente.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de eigenaren incidenteel hoger beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het geschil over de voorzienbaarheid van de schade op grond van oude streekplannen, de verrekening van voordeel door herziening van het inpassingsplan en de omvang van het normale maatschappelijke risico.
De Afdeling oordeelde dat de schade niet voorzienbaar was op grond van het streekplan 1977, omdat het potentiële tracé op de kaart op minimaal 1 km afstand van de woningen lag. Ook de latere streekplannen 1987 en 1991 leidden niet tot voorzienbaarheid. De Afdeling bevestigde dat het college de omvang van het normale maatschappelijke risico terecht op 3% van de woningwaarde had vastgesteld, gezien de normale maatschappelijke ontwikkeling en het ruimtelijke beleid sinds 2001.
De Afdeling verwierp de overige bezwaren van het college en de eigenaren en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de eigenaren en tot betaling van griffierecht.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het college tot vergoeding van planschade en proceskosten.