ECLI:NL:RBGEL:2026:17
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag ziekengeld op grond van Ziektewet wegens geschiktheid tot arbeid
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor ziekengeld op grond van de Ziektewet, welke door het UWV is afgewezen omdat eiser geschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid. Eiser betwist deze afwijzing en voert meerdere beroepsgronden aan, waaronder een vermeende toename van klachten en onzorgvuldigheid in het medisch onderzoek.
De rechtbank heeft het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek van het UWV beoordeeld en geoordeeld dat dit zorgvuldig en professioneel is uitgevoerd. De verzekeringsarts heeft voldoende medische informatie opgevraagd en betrokken, waaronder rapporten van huisarts en specialisten, en heeft het deskundigenrapport van eiser wel overwogen maar niet gevolgd. De arbeidsdeskundige heeft terecht het oordeel van de verzekeringsarts gevolgd, aangezien de beoordeling van geschiktheid tot arbeid een verzekeringsgeneeskundige taak is.
De rechtbank concludeert dat de gezondheidssituatie van eiser op de datum in geding geen aanleiding geeft voor het aannemen van meer beperkingen dan eerder vastgesteld. De oorspronkelijk geselecteerde functies bij de WIA-beoordeling zijn geschikt gebleven en de mate van arbeidsongeschiktheid is minder dan 35%. De latere toekenning van een WIA-uitkering met een hogere mate van arbeidsongeschiktheid is gebaseerd op een behandeltraject en niet op een gewijzigde medische situatie op de datum in geding.
Daarom is het beroep ongegrond en blijft de afwijzing van de ziekengeldaanvraag in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Kroon en griffier Hoenderboom en is openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, waardoor de aanvraag voor ziekengeld terecht is afgewezen.