ECLI:NL:RBGEL:2026:1714
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen plaatsing transformatorhuisje niet-ontvankelijk
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de plaatsing van een transformatorhuisje nabij zijn woning en tegen een mail van 7 januari 2026 waarin zijn handhavingsverzoek werd afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het plaatsen van het transformatorhuisje een feitelijke handeling betreft en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De mail van 7 januari 2026 wordt wel als een besluit aangemerkt omdat daarin ondubbelzinnig op het handhavingsverzoek is beslist.
Echter heeft verzoeker geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid van het verzoek om een voorlopige voorziening. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter merkt op dat verzoeker nog bezwaar kan maken tegen het besluit, ook al is dat te laat, en dat de termijnoverschrijding mogelijk verschoonbaar is. De inhoudelijke kans van slagen van dat bezwaar acht de voorzieningenrechter echter gering.
Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaar tegen het onderliggende besluit.