In deze zaak stond centraal of de overschrijding van de bezwaartermijn tegen een salarisspecificatie over januari 2017 verschoonbaar was, nu onder het besluit geen rechtsmiddelenclausule was opgenomen. De rechtbank had geoordeeld dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard door de korpschef.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de vaste rechtspraak geldt dat het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule in beginsel leidt tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, mits belanghebbende dit stelt en de termijnoverschrijding daarvan het gevolg is. Dit is anders als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat betrokkene wist dat hij binnen een bepaalde termijn bezwaar moest maken.
De korpschef stelde dat betrokkene bekend was met de bezwaarprocedure en termijn, onder meer door informatie op het intranet, eerdere tijdige bezwaren in 2015 en kennis van andere besluiten begin 2017. De Raad vond deze omstandigheden echter onvoldoende om aan te nemen dat betrokkene bekend was met de termijn en het bezwaarrecht tegen de salarisspecificatie.
Daarom werd het hoger beroep van de korpschef verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad veroordeelde de korpschef in de proceskosten van betrokkene en legde griffierecht op. Het besluit van 11 juli 2018 werd buiten beschouwing gelaten wegens gebrek aan belang.