ECLI:NL:RBGEL:2026:194

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
05/136851-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzetverkrachting voorafgegaan en vergezeld van dwang, meermaals gepleegd

Op 8 januari 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van opzetverkrachting, voorafgegaan en vergezeld van dwang, meermaals gepleegd. De feiten vonden plaats op 4 mei 2025 in Neede en Haaksbergen, waar de verdachte seksuele handelingen heeft verricht met een slachtoffer dat een verstandelijke beperking heeft (IQ van 46). De rechtbank oordeelde dat het slachtoffer door de verdachte in een weerloze toestand is gebracht, waardoor zij niet in staat was om weerstand te bieden. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaren zonder contactverbod, omdat de rechtbank geen noodzaak hiervoor zag. De rechtbank heeft de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer bevestigd, die consistent was en ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank heeft ook de impact van de daden van de verdachte op het slachtoffer in overweging genomen, evenals de ernst van de feiten. De vordering van de benadeelde partij werd toegewezen, waarbij de rechtbank een schadevergoeding van € 10.200,00 toekende, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/136851-25
Datum uitspraak : 8 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] (Turkije),
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] in [woonplaats],
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats].
Raadsman mr. T. Sönmez, advocaat in Rotterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 14 augustus 2025, 30 oktober 2025, 18 december 2025 en 8 januari 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Neede, gemeente Berkelland, en/of Haaksbergen, in elk geval in Nederland, (telkens) met een persoon, te weten [slachtoffer], een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen en/of heen en weer bewegen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of heen en weer bewegen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer],
- het (op onverhoedse wijze) op de mond van die [slachtoffer] zoenen,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging,
door
- die [slachtoffer] de bosjes in te duwen en/of drukken en/of
- die [slachtoffer] mee te nemen een steegje in en/of
- die [slachtoffer] te gebieden zich uit te kleden en/of
- die [slachtoffer] te dwingen de cabine van de vrachtwagen in te gaan en/of
- die [slachtoffer] vast te pakken en/of vast te houden en/of
- misbruik te maken van het uit (een) feitelijke verhouding(en) voortvloeiend fysiek en/of psychisch overwicht van hem, verdachte op die [slachtoffer], bestaande dat overwicht uit de psychische gesteldheid en/of de verstandelijke beperking (IQ van 46) en/of de (hieruit voortvloeiende) kwetsbaarheid van die [slachtoffer] ten opzichte van hem, verdachte, en/of
die [slachtoffer] (aldus) in een weerloze en/of afhankelijke toestand is gebracht,
waardoor die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was weerstand te bieden;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Neede, gemeente Berkelland, en/of Haaksbergen, in elk geval in Nederland, (telkens) met een persoon, te weten [slachtoffer] ,
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen en/of heen en weer bewegen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of heen en weer bewegen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer] en/of
- het (op onverhoedse wijze) op de mond van die [slachtoffer] zoenen,
terwijl hij, verdachte, ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 4 mei 2025 heeft verdachte op verschillende momenten in Neede en Haaksbergen seksuele handelingen verricht met [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]). Verdachte heeft hierbij zijn penis in de vagina en mond van [slachtoffer] gebracht en deze heen en weer bewogen. Daarnaast heeft verdachte [slachtoffer] gezoend. [2]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het voor verdachte onvoldoende kenbaar is geweest dat [slachtoffer] haar wil niet kon bepalen dan wel niet in staat was kenbaar te maken dat zij geen seksuele handelingen wilde.
Beoordeling door de rechtbank
Vaststaat dat verdachte op 4 mei 2025 seksuele handelingen heeft verricht met [slachtoffer] bestaande uit het brengen en heen en weer bewegen van zijn penis in de vagina en mond van [slachtoffer] en het op de mond kussen van [slachtoffer]. De primaire verdenking is dat verdachte wist dat [slachtoffer] dit niet wilde en dat hij dwang, geweld of bedreiging heeft uitgeoefend door feitelijke handelingen en door misbruik te maken van zijn, verdachtes, overwicht op [slachtoffer]. Dit overwicht bestond volgens de verdenking uit de psychische gesteldheid, verstandelijke beperking en/of kwetsbaarheid van [slachtoffer] ten opzichte van verdachte en zij zou hierdoor niet (of onvolkomen) in staat zijn geweest om weerstand te bieden. Verdachte heeft verklaard dat er geen sprake was van dwang of geweld en dat hij niets heeft gemerkt van een beperking bij [slachtoffer].
Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank het volgende voorop. Zedenzaken zijn bewijstechnisch lastige zaken en kenmerken zich doorgaans door het feit dat slechts twee personen aanwezig zijn geweest bij de (gestelde) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Veelal is het ook zo dat de (belastende) verklaring van het vermeende slachtoffer lijnrecht tegenover de (ontkennende) verklaring van de verdachte staat. Getuigen van de gebeurtenissen zijn er vaak niet. Ook in deze zaak is dit het geval. Weliswaar staat vast dat de seksuele handelingen uit de tenlastelegging hebben plaatsgevonden, maar ten aanzien van belangrijke andere onderdelen van de tenlastelegging, zoals bijvoorbeeld de dwang, geweld of de bedreiging, speelt de hier geschetste bewijsproblematiek.
Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op grond van de verklaring van één getuige. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, dient sprake te zijn van steunbewijs. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal (zie in dit verband ook de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, o.a. ECLI:NL:HR:2020:637).
Die ondersteuning hoeft niet te zien op alle onderdelen van de tenlastelegging. Het gaat erom dat de verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat die verklaring ‘niet op zichzelf staat’, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. Tussen de verklaringen van het vermeende slachtoffer en het overige bewijsmateriaal mag niet een te ver verwijderd verband bestaan. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.
Overwegingen van de rechtbank
Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.
Op 4 mei 2025 kwamen verbalisanten aan bij een vrachtwagen op de Industrieweg in Neede. Zij troffen daar de ouders van [slachtoffer], die melding van vermissing van [slachtoffer] hadden gedaan. Verdachte deed – na aankloppen van verbalisanten - de deur van de vrachtwagen open. Toen verbalisanten in gesprek waren met verdachte, kwam er een vrouw uit het slaapvertrek van de cabine. Dat was [slachtoffer] en zij huilde. [slachtoffer] vertelde dat zij door deze man in de bosjes was geduwd en gedwongen was om mee de vrachtwagen in te gaan. Zij moest dingen doen die zij niet wilde doen. [slachtoffer] zei dat zij seks met hem moest hebben, maar dat zij dit niet wilde. Hij had haar kleren uitgetrokken. [slachtoffer] had pijn aan haar vagina. [3]
[slachtoffer] verklaarde tijdens een studioverhoor dat er een meneer was toen zij aan het wandelen was. Die kwam naar haar toe en vroeg haar naar “smoke”. Later bij een bushalte begon hij haar zomaar te zoenen. Dit was vol op de mond. Hij ging naar een steegje, viel haar aan en zoende haar in één keer. Toen nam hij haar ergens anders mee naar toe. Zij liepen hand in hand en hij sleurde haar mee. Hij nam haar ook mee in de bosjes. Dit was bij een stroomhuisje. Hij drukte haar in de bosjes. Toen moest zij iets uitdoen. Hij deed zijn eigen broek ook naar beneden en deed zijn geslachtsdeel in haar vagina. Zij moest zich op een gegeven moment omdraaien en toen moest [slachtoffer] zijn geslachtsdeel ook in haar mond stoppen. De man drukte met zijn hand op haar hoofd om hem erin te doen. Daarna moest ze haar kleren weer aandoen. Hij had haar meegenomen naar ergens heel ver weg, naar een vrachtwagen. Bij de vrachtwagen moest [slachtoffer] mee naar binnen. Haar kleren moesten weer uit en hij deed weer zijn geslachtsdeel in haar vagina en in haar mond. Hij deed het op een gegeven moment weer. Een paar keer. Hij bleef doorgaan. Hij bleef haar vasthouden. [slachtoffer] kon niets doen. Zij had haar telefoon bij zich, maar kon niets doen omdat hij haar vasthield. Zij hoorde haar telefoon wel afgaan. Zij hoorde de telefoon trillen, maar kon hem niet pakken omdat hij haar vasthield. [slachtoffer] moest blijven liggen, zij kon niks en mocht niet bewegen. In de cabine had hij een soort zakje om zijn geslachtsdeel gedaan. In de bosjes deed hij dat niet. [slachtoffer] moest ook een spul, een soort crème, smeren bij haar vagina. [4]
De moeder van [slachtoffer] heeft verklaard dat [slachtoffer] een beperking heeft. Zij heeft een IQ van 46 en is daarbij zwak sociaal, functioneert op het niveau van een 2- tot 3-jarige en is autistisch. Er is moeilijk contact met haar te krijgen als ze mensen niet kent. Ze vertrouwt mensen niet. Ze maakt niet snel contact, zegt niet veel en begint nooit een gesprek. Het gaat om een heel kinderlijke manier. Uiterlijk kun je het wel zien. Dat uit zich in de blik in haar ogen. Spreekt ze iemand 1 op 1, dan heeft ze een gesloten blik. Ze mompelt dan en kijkt afwezig. [5] [slachtoffer] heeft weinig contact met andere mensen. Alleen maar met het gezin en de werkplek, verder niets. Haar emotie is lachen/huilen en ja/nee. Het tussenstuk is er niet. Haar sociaal emotioneel gedrag is heel zwak. [6]
Uit het psychodiagnostisch onderzoeksverslag (met onderzoeksdatum 6 september 2024) blijkt dat [slachtoffer] een vrouw van 39 jaar is met een disharmonisch intelligentieprofiel passend bij een matig tot licht verstandelijke beperking met een totaal IQ van 46. Gegeven verbale informatie begrijpt zij niet of zij weet niet hoe ze deze moet verwerken of bewerken. Zonder begeleiding komt zij niet of nauwelijks tot handelen. [slachtoffer] heeft baat bij duidelijkheid (duidelijke en korte instructies) vanuit een structuur. [7]
Over 4 mei 2025 verklaart moeder dat zij na 14:30 uur geen contact meer met [slachtoffer] kreeg. Zij heeft [slachtoffer] toen meerdere keren gebeld, maar er werd niet opgenomen. [8] Tussen 16:15 uur en 23:28 uur heeft de moeder van [slachtoffer] haar twaalf keer gebeld. Zij heeft [slachtoffer] ook geappt. [9] Uit onderzoek aan de telefoon van [slachtoffer] volgt dat tussen 4 mei 2025 14.30 uur en 5 mei 2025 12.50 uur er geen uitgaande gesprekken en berichten via de telefoon van [slachtoffer] zijn geweest. [10]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer] op straat tegenkwam, dat zij samen heel ver hebben gelopen en dat zij bij een elektriciteitshuisje seks hebben gehad. [slachtoffer] communiceerde enkel met het woord “oké”. Zij zijn samen naar de vrachtwagen van verdachte gelopen en daar hebben zij meerdere malen seks gehad. Verdachte heeft zijn penis in de vagina van [slachtoffer] gebracht en vervolgens heen en weer bewogen. Ook heeft verdachte zijn penis in de mond van [slachtoffer] gebracht. Dit gebeurde met en zonder het gebruik van een condoom. Daarnaast hebben zij gebruik gemaakt van een crème. [11] [slachtoffer] heeft haar telefoon gewoon aangenomen en begon in de vrachtwagen berichtjes te sturen.
Betrouwbaarheid
De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] te twijfelen. [slachtoffer] is in een studio verhoord en heeft consistent verklaard zowel over de seksuele handelingen als over de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden. Verder heeft [slachtoffer] direct na het gebeurde tegen haar ouders en de aanwezige verbalisanten gezegd dat zij door verdachte in de bosjes was geduwd en dat zij dingen moest doen die zij niet wilde doen, zoals seks met verdachte hebben. Ook verklaarde [slachtoffer] over pijn aan haar vagina. [slachtoffer] heeft bovendien in tegenspraak met de verklaring van verdachte en in lijn met de objectieve onderzoeksresultaten verklaard dat zij haar telefoon niet kon beantwoorden, omdat verdachte haar in de vrachtwagen steeds vasthield. Uit het politieonderzoek volgt immers dat [slachtoffer] de twaalf oproepen van haar moeder niet heeft beantwoord en evenmin op de appjes van haar moeder heeft gereageerd in de tijd dat zij bij verdachte was. De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer] gelet op al het voorgaande betrouwbaar en daarmee bruikbaar als bewijsmiddel.
Steunbewijs
De verklaring van [slachtoffer] wordt op specifieke onderdelen ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier, waaronder de verklaring van verdachte en de bevindingen van de verbalisanten. Zo heeft verdachte overeenkomstig de verklaring van [slachtoffer] verklaard over het lange stuk wandelen naar de vrachtwagen, het hebben van seks bij een elektriciteitshuisje, het gebruiken van een condoom in de vrachtwagen en het gebruiken van een crème. Daarnaast hebben verbalisanten [slachtoffer] aangetroffen in het slaapvertrek van de vrachtwagen en haar zien huilen toen zij vertelde over wat er was gebeurd. Dit is een bij het feit passende emotie, die meteen na het feit gezien is. Ook heeft moeder verklaard dat zij [slachtoffer] meermalen heeft gebeld, maar dat er niet werd opgenomen. Dit volgt ook het onderzoek aan de telefoon van [slachtoffer]. [slachtoffer] verklaarde dat haar telefoon trilde, maar dat zij deze niet kon opnemen omdat verdachte haar vasthield.
Verder stelt de rechtbank – gelet op de verklaring van moeder in combinatie met het psychodiagnostisch onderzoeksverslag – vast dat [slachtoffer] een totaal IQ van 46 heeft en daarbij zwak sociaal is, op het niveau van een 2- tot 3-jarige functioneert en autistisch is. Dit is uiterlijk waarneembaar. De verklaring van verdachte dat hij niets aan [slachtoffer] heeft gemerkt, acht de rechtbank onaannemelijk. Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] enkel communiceerde met het woord “oké”. Dit, terwijl verdachte urenlang in het gezelschap van [slachtoffer] is geweest, een lang stuk met haar heeft gewandeld en meermalen op verschillende plaatsen seksuele handelingen met haar heeft verricht. Nu [slachtoffer] daarnaast verbale informatie niet begrijpt of niet weet hoe ze deze moet verwerken en zonder begeleiding niet of nauwelijks tot handelen komt, kan het niet anders dan dat het voor verdachte duidelijk is geweest dat [slachtoffer] verstandelijk beperkt en kwetsbaar was en dat mitsdien bij haar de wil tot het verrichten of ondergaan van seksuele handelingen ontbrak.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte [slachtoffer] heeft gedwongen de seksuele handelingen te ondergaan. De seksuele handelingen werden voorafgegaan door en vergezeld van dwang, die bestond uit het in de bosjes drukken van [slachtoffer], haar meenemen in een steegje, haar gebieden zich uit te kleden, haar de cabine van de vrachtwagen in laten gaan, haar vastpakken en vasthouden en uit het misbruik maken van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend fysiek en psychisch overwicht van verdachte op [slachtoffer]. Dit overwicht bestaat uit de verstandelijke beperking (IQ van 46) en de hieruit voortvloeiende kwetsbaarheid van [slachtoffer] ten opzichte van verdachte. Hierdoor was [slachtoffer] niet in staat om weerstand te bieden.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks4 mei 2025 te Neede, gemeente Berkelland, en
/ofHaaksbergen,
in elk geval in Nederland, (telkens
)met een persoon, te weten [slachtoffer],
een of meerseksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen en
/ofheen en weer bewegen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] en
/of
- het brengen en
/ofheen en weer bewegen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer],
- het
(op onverhoedse wijze
)op de mond van die [slachtoffer] zoenen,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door
envergezeld van
en/of gevolgd doordwang,
geweld en/of bedreiging,
door
- die [slachtoffer] de bosjes in te
duwen en/ofdrukken en
/of
- die [slachtoffer] mee te nemen een steegje in en
/of
- die [slachtoffer] te gebieden zich uit te kleden en
/of
- die [slachtoffer] te dwingen de cabine van de vrachtwagen in te gaan en
/of
- die [slachtoffer] vast te pakken en
/ofvast te houden en
/of
- misbruik te maken van het uit
(een)feitelijke verhouding
(en
)voortvloeiend fysiek en
/ofpsychisch overwicht van hem, verdachte, op die [slachtoffer], bestaande dat overwicht uit de psychische gesteldheid en
/ofde verstandelijke beperking (IQ van 46) en
/ofde
(hieruit voortvloeiende
)kwetsbaarheid van die [slachtoffer] ten opzichte van hem, verdachte,
en/of
die [slachtoffer] (aldus) in een weerloze en/of afhankelijke toestand is gebracht,
waardoor die [slachtoffer] niet
of onvolkomenin staat was weerstand te bieden;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
opzetverkrachting voorafgegaan en vergezeld van dwang, meermaals gepleegd.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van het voorarrest. Daarnaast vordert de officier van justitie een contactverbod met het slachtoffer in het kader van een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr), voor de duur van 5 jaren, met twee weken hechtenis per overtreding tot een maximum van zes maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gelet op de bepleite vrijspraak geen verweer gevoerd ten aanzien van de straf.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich op 4 mei 2025 meermalen schuldig gemaakt aan opzetverkrachting van het slachtoffer. Dit gebeurde in een tijdsbestek van meerdere uren en op meerdere plaatsen, waaronder een plek in de bosjes. Ook dwong hij haar zijn vrachtwagen in te gaan en verkrachtte hij haar daar opnieuw herhaaldelijk, terwijl zij werd vastgehouden en haar telefoon niet mocht beantwoorden toen deze trilde. Verdachte heeft bij het bevredigen van zijn lusten ernstig misbruik gemaakt van het slachtoffer, een vrouw met een totaal IQ van 46 en presterende op het niveau van een 2- tot 3-jarige. Hij heeft totaal geen oog gehad voor de gevolgen die zijn gedrag voor haar zou kunnen hebben. Naast de fysieke pijn en angst die het slachtoffer had, was daar ook het risico op een zwangerschap en op seksueel overdraagbare aandoeningen omdat verdachte niet alle keren een condoom gebruikte. Het slachtoffer was onder meer gelet op haar kwetsbaarheid niet in staat weerstand te beiden en is door verdachte beschadigd. Dit bleek ook uit de verklaring tijdens de zitting van de broer van het slachtoffer. Verdachte heeft tot slot met zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit.
Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.
De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsrapport van 21 juli 2025. Verdachte woont in Turkije en werkt als vrachtwagenchauffeur door heel Europa voor een Pools bedrijf. Het probeert met zijn werk voldoende geld te verdienen voor zijn familie en gaat geregeld terug naar Turkije. Verdachte beheerst de Nederlandse taal niet en spreekt gebrekkig Engels. Hij heeft geen partner en geen kinderen. Verdachte gebruikt in de weekenden recreatief cannabis, maar ziet hierin geen probleem. De reclassering schat het risico op recidive in als matig. Zij ziet op dit moment geen enkele mogelijkheid voor een reclasseringstraject omdat verdachte zich wenst te vestigen in Polen en bij vrijlating direct naar Turkije vertrekt.
Gelet op het voorgaande en wegens de ernst van het feit zoals hiervoor omschreven in combinatie met de impact op het slachtoffer is enkel een langdurige gevangenisstraf passend. Het gaat hierbij om meerdere verkrachtingen, zowel vaginaal als oraal, ook zonder condoom, van een kwetsbare vrouw die functioneert op het niveau van een 2- tot 3-jarige, die niet eerder seksuele ervaringen had, en die urenlang is meegenomen door verdachte, de bosjes in en de slaapcabine van een afgelegen geparkeerde vrachtwagen. Al die tijd verkeerden haar ouders en begeleiders van de instelling waar zij begeleid woonde in onzekerheid over het lot van het slachtoffer. Al met al acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden. De rechtbank zal aan verdachte daarom een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 6 jaren.
De officier van justitie heeft een contactverbod gevorderd. De rechtbank zal geen contactverbod ex artikel 38v Sr opleggen omdat zij hiertoe de noodzaak niet ziet, mede in verband met de op te leggen gevangenisstraf. Een contactverbod gedurende de tijd dat verdachte gedetineerd ziet, heeft volgens de rechtbank geen meerwaarde omdat er geen aanwijzingen zijn dat verdachte op enig moment vanuit detentie contact heeft opgenomen of zal opnemen met [slachtoffer].
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 200,00 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich gelet op de bepleite vrijspraak op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 200,00 voor inbeslaggenomen kleding. De grondslag voor en hoogte van dit schadebedrag zijn niet betwist. Deze kosten zal de rechtbank toewijzen, nu de vordering de rechtbank op dit punt gegrond en niet bovenmatig voorkomt. Toegewezen wordt daarom een bedrag van € 200,00.
Immateriële schade
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde immateriële schade heeft geleden door een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ (artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek). Daarvan is sprake gelet op de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde. Verdachte is daarvoor naar burgerlijk recht aansprakelijk.
De rechtbank houdt bij de bepaling van de hoogte van het bedrag rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Het bedrag zoals gevorderd is dan geheel toewijsbaar. Het smartengeld wordt dan ook vastgesteld op een bedrag van € 10.000,00.
In totaal zal de rechtbank aldus een schadevergoeding van € 10.200,00 toewijzen die bestaat uit:
  • € 200,00 aan geleden materiële schade;
  • € 10.000,00 aan geleden immateriële schade.
De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf het moment dat de schade is ontstaan, te weten 4 mei 2025.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f en 243 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
6 (zes) jaren;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
De beslissing op de vordering benadeelde partij [slachtoffer]
  • veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 200,00 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade,
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 10.200,00 aan materiële schade/immateriële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 76 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Klaasen (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en mr. E.S.M. van Bergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Wisseborn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 januari 2026.
Mr. E.S.M. van Bergen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025206550, gesloten op 25 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 december 2025.
3.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 17-18.
4.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 91-105.
5.Het proces-verbaal van aangifte [aangever] namens [slachtoffer], p. 55.
6.Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [aangever], p. 74.
7.Een schriftelijke bescheid, te weten: psychodiagnostisch onderzoeksverslag, p. 84.
8.Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [aangever], p. 63.
9.Een schriftelijke bescheid, te weten: screenshot van de uitgaande telefoongesprekken en appjes van moeder naar/aan [slachtoffer], overgelegd bij het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever van 13 mei 2025, p. 70-71.
10.Nagekomen proces-verbaal van bevindingen van 13 augustus 2025.
11.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 december 2025.