Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op 10 januari 2025;
- het exploot van betekening van 14 januari 2025;
- het verweerschrift met zelfstandig verzoek, ingekomen op 4 april 2025;
- het verweerschrift tegen zelfstandig verzoek, ingekomen op 28 mei 2025;
- de brief van de vrouw van 13 juni 2025;
- het bericht van de man van 2 juli 2025;
- het rapport raadsonderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 13 november 2025;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 30 januari 2026;
- het bericht met bijlagen van de man van 30 januari 2026;
- het bericht met bijlagen van de man van 2 februari 2026;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 6 februari 2026.
2.De feiten
- [het kind] aan de vrouw wordt toevertrouwd;
- de vrouw met ingang van 1 februari 2025 bij uitsluiting van de man gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning, behalve voor zover de rechtbank in het kader van de zorgregeling anders bepaalt;
- als zorgregeling tussen de man en [het kind] dat [het kind] bij de man is:
3.De beoordeling
1 mei 2026 € 345 per maand moet inzetten om bij te dragen in de kosten van [het kind] .
4.De beslissing
voorlopigeregeling ter verdeling van zorg- en opvoedingstaken dat [het kind] bij de man verblijft elke week één dag in het weekend, tijdstippen door de ouders in onderling overleg overeen te komen. Zodra [het kind] eraan toe is en de man de slaapkamer van [het kind] heeft ingericht, wijzigt deze regeling en zal [het kind] drie van elke vier weekenden bij de man zijn van zaterdag tot zondag inclusief overnachting, tijdstippen door de ouders in onderling overleg overeen te komen;
pro formaaan tot
9 juni 2026;
uiterlijk op 9 juni 2026te berichten over de actuele stand van zaken voor wat betreft de zorgregeling en het ouderschapstraject bij Entrea Lindenhout en verzoekt hen daarbij de gewenste voortgang van de procedure aan te geven.
mr. D.B.T. Koster als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.