ECLI:NL:RBGEL:2026:2088
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen legaliserende omgevingsvergunning voor serre tussen woning en garage
Deze zaak betreft het beroep van omwonenden tegen een legaliserende omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Arnhem heeft verleend voor de bouw van een serre tussen een woning en een garage. Eisers voerden aan dat het college zich onvoldoende had vergewist van de feitelijke situatie en dat de bouw in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke ordening vanwege zichtbelemmering, verminderde zon- en lichtinval, lichthinder en verminderde luchtdoorstroming.
De rechtbank oordeelt dat het college bij de vergunningverlening terecht is uitgegaan van de bouwtekeningen die bij de aanvraag zijn ingediend en niet van de feitelijke situatie zoals die er nu is. De vermeende nadelige gevolgen zijn niet onevenredig, mede omdat vergelijkbare hinder ook zou ontstaan bij vergunningvrije bouwmogelijkheden. De ramen in de serre die lichthinder zouden veroorzaken, waren niet vergund en konden daarom niet worden betrokken bij de beoordeling.
Verder faalden de beroepsgronden over privaatrechtelijke belemmeringen en strijd met de redelijke eisen van welstand. De rechtbank volgt het college in zijn afweging dat privaatrechtelijke belemmeringen alleen meewegen als ze evident zijn, wat hier niet het geval is. Ook het welstandsadvies was zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het besluit op bezwaar blijft in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van omwonenden tegen de legaliserende omgevingsvergunning voor de serre is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.