ECLI:NL:RBGEL:2026:2090
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling definitieve tegemoetkoming NOW-4 zesde tranche op nihil
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin de definitieve tegemoetkoming op grond van de NOW-4, zesde tranche, werd vastgesteld op nihil vanwege een omzetdaling van minder dan 20%.
De rechtbank oordeelt dat de minister de omzetdaling op juiste wijze heeft vastgesteld, waarbij de sponsoropbrengsten naar rato zijn toegerekend conform artikel 6, achtste lid, van de NOW-4. De geringe overschrijding van de beslistermijn leidt niet tot niet-ontvankelijkheid of toekenning van de subsidie. De belangenafweging van de minister, hoewel aanvankelijk niet gemotiveerd, is tijdens de zitting toegelicht en wordt door de rechtbank aanvaard.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek en een schending van artikel 8:42 Awb Pro door het niet toezenden van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, maar verbindt hieraan geen inhoudelijke consequenties omdat eiseres de stukken zelf heeft aangeleverd. Wel wordt de minister verplicht het griffierecht van eiseres te vergoeden. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de definitieve tegemoetkoming NOW-4 zesde tranche op nihil wordt ongegrond verklaard en de minister moet het griffierecht vergoeden.